2014-07-04 Rotterdam – Zeebrugge

3. Modderen tegen de wind in
Rotterdam – Zeebrugge
03-07-2014 tot en met 04-07-2014

We hebben de motor aan, maar op lage toeren want eigenlijk hoeven we er niet veel voor te doen. Om 11 uur gaan we de Erasmusbrug onderdoor en de stroming is net een beetje aan het opbouwen vanuit slack naar stroming richting zee. Slack is het moment dat de stroomrichting draait, of wel het bereiken van vloed of eb om vervolgens het proces weer helemaal andersom te doen. De stroming is hier sterk omdat het een combinatie is van het getij en daarbij komt er altijd ook een grote hoeveelheid water uit de Alpen en dat zorgt voor een extra knoop. Waar mogelijk zetten we de zeilen nog bij en op het laatste stuk is de motor slechts standby aan.

We communiceren met de Maas entrance dat we via de noordkaap willen uitvaren en dan pas later, wanneer we ten o0pzichte van de wind en voordelige koers hebben, de oversteek te willen maken over de vaargeul. Wanneer we willen gaan is er wederom geen contact en we besluiten wel te gaan. Dan is er bericht van een pilotboot, die als tussenstation fungeert. Het blijkt dat we te ver waren om contact te hebben met maas entrance, maar via maas approach krijgen we nu wel duidelijke instructies. Er komen nog twee zeeschepen op hoge snelheid de zee opvaren en die dienen wij voor te laten gaan. Dan mogen wij achterlangs oversteken.

Alles verloopt soepel en we hebben de stroom ook op de Noordzee nog zekere 5 uur richting het zuiden. Perfect dus, op deze manier komen we ergens. Vlissingen is al geen optie meer, onze zinnen zijn nu gezet op Blankenberge. We kijken naar de Maasvlakte en nu is het echt zover, want het is vaarwel Rotterdam, vaarwel Nederland en welkom België.

De stroming neem af en en ook de wind heeft vakantie genomen. Deze was al zuidwest en we moeten opkruizen om enigszins vooruit te komen. Dit met stroming tegen is rampzalig, we gaan meer achteruit dan vooruit en maken op de plotter vreemde rondjes. Het is letterlijk modderen tegen de wind in. De berichten van het thuisfront melden ons dat niemand echt weet wat er aan de hand is. Spontaan en vol enthousiasme besluiten Frederiek en Paul om het anker uit te gooien. De stroming is opgebouwd tot 2 knopen en op deze manier gaan we echt alleen achteruit. We laten het Anker de vrije loop en die verdwijnt op hoog tempo de diepte in. Het anker krijgt grip en met een harde ruk komt de wereld tot leven. Van stilliggende dobberende boot schiet het water nu met harde snelheid langs de boot. We zijn een beetje verbaast over de enorme kracht van de stroming.

De boot gaat van links naar rechts, maar het werkt en volgens de GPS liggen wij stil boven de grond. Nadeel is dat wij de diepte hebben onderschat. Het is niet 7 meter zoals de kaart vermeld, maar 15 meter diep. Dit vanwege vloed, springtij en de gegeven data zijn altijd het laagst mogelijk. Een ketting moet minimaal 4 keer de lengte van de diepte zijn wil je zeker weten dat je goed ligt, dat ook op een comfortabele manier. We besluiten het anker op te halen en naar ondieper water te motoren waar het minder hard stroomt en ook de diepte lager is.

Het wordt een flinke workout en grote leerles. Bij het gebruiken van de lier moeten wij met een ijzeren stang op en neer gaan om steeds 10cm anker te lichten. Het is enorm zwaar en we besluiten om bij elke 5 meter, aangegeven met rode verf, te wisselen. Het is peentjes zweten en tot overmaat van ramp vliegt de ketting van de lier. Door de stroming en het heen en weer gaan verliest het anker grip en zoef, daar vliegt die weer weg. Laurens zet de motor bij en met goede communicatie moet de punt van de boot nu precies boven een ketting blijven hangen die lijnrecht naar beneden gaat. Niet één van de makkelijkste dingen aangezien de hele watermassa onder je met 4 kilometer per uur een andere kant op gaat.

Toch lukt het en na veel inzet is het anker eindelijk weer aan boord. High five en tijd om de ondieptes op te zoeken. Dit blijkt niet meer nodig, want er is wind. We zeilen weer en hoewel de vooruitgang over de grond matig is voelt het wel als zeilen en het belangrijkste, we gaan niet meer achteruit.

De eerste nacht op zee en de eerste nacht met shifts. We nemen ieder een shift en we doen dat alleen. Ieder heeft een backup mocht het nodig zijn. Het is een rustige nacht met een stabiele wind waarmee je net aan 3 knopen haalt. Arie wordt in het leven geroepen en is een geschenk uit de hemel. Arie is onze automatische windvaan stuurrichting. Een vleugel van hout vangt de wind op en bepaalt daarmee de richting van de boot. De vaan staat in verbinding met een klein roer in het water dat sterkere krachten oplevert door de watermassa en met lijnen en lieren het roer de juiste correcties geeft. Zo kan je een koers instellen waar de boot dan automatisch naartoe blijft zeilen. Het is een geweldige uitvinding en Arie bewijst zich dubbel en dwars. Je kan lekker doen wat je wil, zonder enige inzet. Lekker kopje thee of koffie, navigeren op de kaarten, zeilen bijstellen, rondjes wandelen of vanaf de punt naar de boot toekijken. Heerlijk genieten!

We varen de Belgische wateren binnen. Het schiet niet echt op, maar we hebben de tijd. Paul heeft contact met Tim en Melle, vrienden van ons die met een 34ft van der Stadt ‘de Waterman’, onderweg zijn naar Spanje om daar te golfsurfen. We geven elkaar coördinaten door en het blijkt dat ze op slechts 5 mijl afstand zitten. Ja hoor, nog geen 2 uur later zien we een zeilboot verschijnen en een recht op ons afkoersen. Daar heb je ze en we schreeuwen vol enthousiasme naar elkaar. Melle hangt boven in de mast en maakt prachtige beelden van onze boot. Het wordt een prima dagje en Tim komt nog een paar uur bij ons aan boord.

De avond bouwt zich rustig op en de weerberichten zijn slecht. Laurens herkent een lagedruk gebied, een koudefront. Dat zijn korte maar zeer krachtige stormen die snel voorbij razen. Tim stapt over op de Waterman en wij bereiden ons rustig voor. De wind neemt gigantisch toe en we worden overrompelt met regen. Van 2 riffen gaan we al snel naar ons 3e rif, wat een topzeil. Een rif zorgt ervoor dat het grootzeil een stuk kleiner wordt en daarmee minder wind vangt en de boot beheersbaar maakt. Het is nu keihard bikkelen en we moeten opkruizen. Het is donker en de Wildevaart wordt voor het eerst in jaren weer goed getest.

De test slaagt, maar Blankeberge laten we voor wat het is. De wind neemt wellicht af maar het is laat en de stroming is wederom nog uren tegen. Samen met de Waterman besluiten we naar Zeebrugge te gaan. Een echte industriehaven maar wel dichtbij en met 30 minuten te bereiken. We komen volledig bepakt in zeilpakken binnenvaren en bewonderen de grote haven. Het heeft veel weg van Rotterdam met haar vele zeeschepen. Het is kaal en spreekt weinig tot de verbeelding. De Belgische marine is letterlijk een druppel in de oceaan, wat een lachertje.

Het is een doodsaaie haven met hoge flats en geen enkel sprankeltje gezelligheid. Daarvoor moet je echt naar Brugge toe. De haven is prima en de avond is super omdat we gezellig met zijn 5e zijn. Samen lekker eten, verhalen uitwisselen en de tijd nemen om elkaars boten bewonderen. We besluiten de komende dagen samen op te varen richting Calais. Daar komen Bas en Marius aan boord van de Wildevaart en Thomas en Thijs voegen zich bij de Waterman. Die ochtend daarop komen ook Okke en Matthijs aan boord van de Waterman.

We gaan vroeg slapen en maken ons klaar voor de volgende tocht. Snel door naar Blankenberge wat een stuk gezelliger is en daar genieten van de WK wedstrijden.

Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.