2014-07-13 Cherbourg – Alderney

8. Das Bunker – zwarter dan de nacht
Cherbourg – Alderney
13-07-2014

We vertrekken uit Cherbourg met de perfecte planning. Met 6 uur stroom mee richting Alderney belooft dit een aangename tocht te worden. De wind is weliswaar pal tegen, maar met 3 tot 6 knopen stroming moeten we met zes uur aan kunnen komen op Alderney, voordat de sterke stroming zal draaien.

De tocht verloopt perfect. We hoeven slechts 2 grote slagen te maken voordat we aankomen op Alderney. We zijn blij dat we slechts één keer overstag hoeven te gaan. Naarmate we verder de zee op gaan neemt de stroming toe. Omdat we deze stroming mee hebben pakken we veel extra hoogte. Normaal kan de Wildevaart een hoek maken van ongeveer 45 graden t.o.v. de windrichting. Met deze stroming maken we een veel scherpere hoek, waardoor het opkruisen veel sneller gaat dan normaal!

Foto

Doordat de stroming west is (mee) en de wind tegen (vanuit west) geeft dit een bijzonder golfeffect. De wind creëert grote golven die over de stroming worden gedrukt. Een leuke uitdaging om op de punt te zitten. Paul maakt er een sport van om hier uren te zitten, met de GoPro. Lekker met de rug in de reling van de boeg en dan volledig in een golf verdwijnen. Gruwelijk! Er is geen betere manier om je Musto pak te testen. Eigenlijk zouden ze ons moeten sponsoren.

Bas is het aapje van de dag met een echte koningsactie met een flink stel ballen van staal. Al bij uitvaart staat de schoot van de genua op breken. De buitenzijde is al gebroken en je kan de lijnen binnenin zien oprekken door de intense krachten van de wind in de genua. We moesten nog 5 minuten over bakboord met die lijn volhouden en dan zouden we overstag gaan om de baai uit te varen. Het lukt en het is tijd voor Babs om in actie komen.

Met een tuigje en een goed gezekerde val hijsen we Babs 2 meter de lucht in. Ons high aspect fok is scherp gesneden waardoor je staand vanaf het dek niet de schoot kan verwisselen. Bij de harp zitten de schoten aangelijnd. Al zeilend tegen het geweld van de golven in hangt Bas buiten de stagen, boven het wegschietende water onder hem. Hij snijdt een stuk van de schoot af. Met een mooie paalsteek kan deze schoot wel een paar dagen mee. Later op Sark vervangen we de schoten voor veel dikkere schoten die we gekregen hebben van een collega wereldreiziger die met de Isolde, vrouw en kinderen de wereld rondreist.

De moorings zijn bezet op Alderney en gelukkig maar. Al maanden fantaseerden wij over het ankeren bij Sark en de andere eilanden. Het is tijd om ons CQR anker te testen! De wind is west, hierdoor is er geen golfslag in de baai die bij Alderney alleen vanuit noordoost gevaarlijk is. Ankeren is alleen veilig als je de afgeschermd bent van de wind en de golven. Wind vanaf het land is lang niet meer zo sterk als vanaf de zee, alsmede de golven. In een baai zijn er vaak amper golven. Het ankeren gaat goed en we laten hem goed grip pakken en geven genoeg ketting. We zetten ruim 40 meter ketting uit op een diepte van slechts 6 meter diepte, dat is meer dan genoeg. Paul gooit nog een extra anker voor de boeg uit, mocht het toch misgaan. Dit tweede anker (een lichtgewicht Fortress anker) is een topding, licht en steekt goed. Geleend van Bob Griep van onze thuishaven de WSV Almere Haven. Daarvan moet je het hebben!

Alderney is wat stil en kaal, niet zoals wij in 2012 hadden ervaren toen we het eiland bezochten tijdens hun ‘Alderney week’. Maar wij maken er altijd wel wat moois van. We gaan aan wal en lopen richting het centrum om in de kroeg het Duitse elftal wereldkampioen te zien worden. De Engelsen zijn een apart volk. Ze waren duidelijk voor Duitsland, maar deden wel weer allemaal nazistische uitingen waar dan hard om gelachen werd. Ach, de alcohol zat er al goed in, die beginnen met etenstijd al.

We liepen terug naar de baai en besloten spontaan om een oud railspoor te volgen en richting het fort te gaan. Bovenop een berg op de punt van het eiland staat een groot fort c.q. bunker van steen dat uitkijkt op het gat tussen Alderney en Frankrijk. Na een flinke wandeling is het de uitdaging om in het fort te komen. Het is niet voor niks 14 juli, oftewel de dag van de bestorming van de Bastille. De groep splitst op omdat Bas, Paul en Tim eigenwijs een veel moeilijkere route nemen. Het is een geweldig groot fort met allemaal donkere gangen, ruimtes met schietgaten, trappen langs de muren omlaag en omhoog, gaten in de grond naar onbekende ruimtes en op de torens was de verankering te zien waar grote kanonnen hebben gestaan.

Moedig en onbevreesd (beetje spannend was het wel) met een klein ledlichtje van een telefoon gingen we de donkere gangen in. Een trap af de diepte in, het onbekende tegemoet. We vonden slaapvertrekken, donkere ruimtes met trappetjes en doodlopende gangen. Tim, Paul en Bas gingen terug naar de bovenkant en zagen in de verte de rest van de groep tussen twee ruimtes lopen. We manoeuvreerde ons ernaartoe om ze eens flink de stuipen op het lijf te jagen. Ze waren nu binnen en wij hoorde ze door luchtgaten kletsen. Wij bevonden ons nu boven op het dak. Hier lagen 1000én stukken steen van het kleiduivenschieten. De kapotte schijven lagen overal en dat kwam goed uit. We pakten handenvol van die stukken steen en gooide dit in de luchtgaten. Ze waren goed geschrokken en schreeuwden het uit. We kwamen niet bij van het lachen.

Tot slot gooide we een stuk touw naar benden en dat belanden, bleek achteraf, midden in de groep. Heerlijk gemeen en ze hadden het gelukkig na een paar minuten eindelijk door. Wat bleek, precies op die plek stond ook een houten omgevallen stoel met een touw in de lucht. We hadden het niet beter kunnen plannen, wat een actie.

Bovenop de bunker was het uitzicht op Jersey in het zuiden en de kust bij Cherbourg in het oosten geweldig. Je verkijkt je zo op hoe alles er uitziet vanaf een berg ten opzichte van op de kaart. Nachts terugvaren met onze dinghy (omgedoopt tot Little Fart) is altijd een leuke afsluiter van de dag. Het is bijzonder hoe een opstapeling van bijzonderheden je dag maakt. Een mysterieus tochtje met je dinghy tussen de rotsen door, richting een schommelende boot om te gaan slapen. Dit noemen wij thuis en zo voelt het ook, ook al lijkt het voor de lezer waarschijnlijk wereldvreemd. Tijd voor Sark, het meeste idyllische eiland dat we kennen. Wij hebben er voor morgen alweer zin in!

Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.