2014-08-24 Lissabon – Sines

18. Zeilen, rijden en vliegen
Lissabon – Sines
19-08-2014 tot en met 24-08-2014

Makkelijk, echt makkelijk! We waren zo nog een paar dagen in Lissabon gebleven, maar het is tijd om meer van Portugal te zien. Daarbij wil onze Don Daniel ook wel wat meer zien dus varen we met de stroom mee de Tejo af de open zee op. We hebben halve wind en zodra we de kaap voorbij zijn is het plat voor het lappie. Zo hoort dat tijdens de augustus en september maanden aan de kust van Portugal.

We varen slechts een dag en avond wanneer we de lichten van Sines al in zicht hebben en besluiten daar aan te leggen. Met slechts 20 meter diepte worden we bij de pier nog voorbij gegaan door een groep dolfijnen. We ruiken de olie en andere industrie luchten, want Sines is een industriële haven. Wij varen tussen 2 lange pieren door die een baai vormen waar rechts een kleine marina ligt, in het midden een lang uitgestrekt strand en links de vissershaven. We leggen eerst aan bij een steiger maar besluiten dan te ankeren. Dat kan makkelijk en we zijn niet de enige. We hebben wel ons ankeralarm aangezet en die nacht zijn we er zeker nog drie keer uitgekomen omdat deze afging. Steeds vals alarm en zo hebben we het verschil ook aangepast, de marge van wanneer het alarm afgaat. (Ankeralarm; Werkt op de GPS die de afwijking meet van je huidige positie. Stel je drijft 20 meter weg, dan gaat het alarm af. Zo kan je voorkomen dat je niet op de grond of de rotsen loopt).

Sines is klein en stelt verder weinig voor. Het kasteel is geen kasteel te noemen en het dorpje loop je binnen 10 minuten door. Ze hebben wel hele fijne lokale supermarkten die alleen lokale producten verkopen. Heerlijk geluncht en met moeite alles weten te bestellen. De Portugezen in Sines spreken geen Engels en zeker geen Spaans. Zo ben ik door 2 caissières en een voorbijganger gecorrigeerd als ik Spaans gebruikte. Het is dus Obrigado, en niet Gracias!

We eten heerlijk want iedereen maakte zijn eigen tapas specialiteit en zo bereiden we een koningsmaaltijd. Laurens en Paul proberen nog een visje te vangen maar dat lukt helaas niet. Nog een beetje oefenen met schieten. Bij de rotsen zwemt Paul tussen schollen harders door en ziet wel de eetbare vissen, maar die waren of te klein of te snel. We eten heerlijk en kijken foto’s en kletsen lekker de avond vol.


De volgende dag willen we meer van het land zien. We hebben een geniaal plan om een auto te huren, want die kan de volgende dag meteen gebruikt worden om Daniel naar het vliegveld van Lissabon te brengen. We rijden naar Lagoas de Sante Andre, een prachtig park aan de kust. Het is een bijzonder meer in het binnenland met aan de kustlijn een strand waar je aan de andere kant de zee hebt. Het water is er ook niet helemaal zoet, maar brak. We struinen door de duinen en maken legers van krabben die daar voor het oprapen liggen. De zee is heerlijk om in te zwemmen. Warm en gewelddadig beukt deze op het strand. Na 4 meter kan je niet meer staan en we gaan dan ook niet te ver. Wel dagen we elkaar uit om bij 3 tot 4 meter diepte zand van de bodem te duiken en zwemmen we richting groepen vissen die aan de kustlijn in schollen zwemmen. Wanneer we een ijsje halen bij de strandtent ontmoeten we Mark. Een Nederlandse surfer die hier elk jaar de kust afgaat op zoek naar de meest brute golven. Hij rijd met zijn bus van Nederland naar Portugal en zijn vrouw is er ook voor 2 weken bij. Hij kon ons veel vertellen over dit gebied omdat hij hier jaren een strandtent heeft gehad.

We rijden door naar Santiago en bezoeken daar het kasteel op de heuvel.
De volgende dag rijden we 5 uur in de nacht weg uit Sines richting Lissabon. Het is een trip van 2 uur die het waard is, want over de brug naar Lissabon en dan naar het vliegtuig brengt zo toch prachtige plaatjes met zich mee. Het land is prachtig en nadat we Daniel hebben afgezet gaan we verder op pad naar Sintra. Dit is een prachtige stad in de heuveltoppen boven Lissabon. Er staan diverse kastelen en ook het paleis van de eerste koning. We zijn er al vroeg en moeten wachten tot we erin kunnen. We gaan het bos in waar we stromende beekjes en meren vinden die gestuwd zijn door dammen. Het idee om een paar dagen in de bossen te overleven bloeit op.

Het paleis is prachtig met de marmeren gangen en ruimtes. Prachtige bomen vanuit de hele wereld en grasvelden, waterfonteinen, Mexicaanse tuinen en nog meer. We hebben slechts een uur omdat de auto terug moet, maar Sintra is een absolute aanrader. Want naast het paleis zijn er diverse kastelen en andere bezienswaardigheden.

Het is niet anders, maar we rijden uiteindelijk met 150 over de snelweg richting Sines. De auto moet 13.00 uur terug zijn en we hebben de A12 gemist en moeten nu via de A2 terug naar Sines. Dat betekend door Lissabon heen en de verkeersdrukte in. We zijn de weg een beetje kwijt en zonder GPS of andere middelen moet alles op gevoel. Via een tunnel bereiken we de A5 en uiteindelijk rijden we over de brug van Revolutie terug richting zuid. 150 lijkt hard, maar hier rijden ze allemaal 150 tot 170 en niemand die het controleert.

Natuurlijk maakt het niets uit want mevrouw van europcar had pauze tot 3 uur en had verder niets door. We hebben de dag lekker rustig aangedaan en informatie ingewonnen over Rabat, onze nieuwe bestemming. Klaar voor de grote reis varen we die dag erop uit en verlaten we Portugal.

Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.