2014-08-30 Sines – Rabat

19. Nieuwe culturen, nieuwe gebruiken
Sines – Rabat
24-08-2014 tot en met 30-08-2014

Een klapper van een tocht en wat wil je, want het is zeker 260 mijl. We hebben gelukkig de wind in de rug en varen op die manier 4 dagen en 3 nachten in een rechte lijn naar Rabat. Het is een zware tocht, want we zijn met zijn drieën en er is geen elektrische stuurautomaat. De Aries windvaan werkt slecht bij de koers die we varen en hierom moet er altijd iemand achter het roer staan. We maken nu diensten van 2 uur op en 4 uur af. Dat werkt perfect, maar het is wel vervelend dat je in die 2 uur constant aan het roer staat. Soms doet de Aries het wel, dan heb je mazzel. Gelukkig is de sterrenhemel overweldigend mooi en schieten de uurtjes voorbij.

We komen aan bij de kustlijn van Rabat wanneer het al schemerig is en we weten dat het donker is wanneer we invaren. De kust is verlicht door de stad maar op het water is totaal geen verlichting te zien. We hebben op de plotter ook geen informatie over lichten en in de pilot ook niet, maar hadden op zijn minst wel stuurboord en bakboord lichten bij de haveningang verwacht. Mooi niet dus! Dat maakt het wel spannend, want het is ook nog eens laag water waardoor de ondieptes bij de haveningang ook leiden tot meer onzekerheid. We roepen meerdere malen de haven op maar krijgen geen antwoord.

Uit verhalen van andere zeilers weten we dat mensen wel een hele nacht hebben gewacht op een pilot tot die hen naar binnen loodsen. We varen toch naar binnen en houden de dieptemeter goed in de gaten. Er is weinig wind en de golfslag is te overzien. We kunnen altijd nog terug. We zien de vissers op de pieren zitten en varen rustig naar binnen. De dieptemeter geeft uiteindelijk slechts 3 meter aan, en het schip steekt 1m80 diep. We weten daarnaast dat de dieptemeter het niet goed doet, uit ervaring blijkt dat we pas vast komen te zitten als de dieptemeter een diepte van 1m10 aangeeft. Desondanks wordt de onzekerheid om goed de haven binnen te komen te groot, en besluiten we om te draaien. We hoopten erop dat binnen wel lichten zouden zijn die een vaargeul zouden aanduiden maar helemaal niets. Met de verouderde kaarten van open CPN nemen we geen risico’s, die geven namelijk aan dat het op veel plekken droogvalt.

Bij het uitvaren roepen we nogmaals op kanaal 16 iemand op; dit keer probeert Paul het anders door niet direct iemand op te roepen maar; “ This is salingvessel ‘Wildevaart’, trying to enter Rabat, does anyone copy?” We krijgen reactie, wat een verademing. Het is de marina en ze zijn heel vriendelijk. Na het uitwisselen van informatie over de boot en waar we vandaag komen laten ze ons weten binnen 15 minuten buiten te zijn met een pilot boot. Dit is kicken! We zijn nog nooit eerder door een pilot naar binnen geleid!

Het is pikkedonker terwijl we rondjes dobberend op de zee wachten voor de ingang van Marokko. De pilot komt zoals belooft en laat ons weten in een rechte lijn te volgen. We gaan weer tussen de pier door en gaan dan rechtdoor in plaats van linksaf, zoals wij hadden verwacht en voor welke koers wij zelf zouden hebben gekozen. Dat was het strand van Sale, niet heel slim dus. Je verkijkt je zo erg op hoe alles loopt. We varen langs uitstekende rotsen maar vertrouwen de pilot. De dieptemeter schiet naar de 1.5 en we hebben niet veel marge meer. We controleren met de pilot of ze onze 1.80 goed hebben ontvangen. Er zijn geen problemen. 1.3 is het laagst wat we aantikken en met 1.1 gaan we aan de grond. Het is van korte duur want al snel is het weer dik 3 meter. We gaan heel dicht langs de kade met rotsen en oude gebouwen aan de kade. Dan lijkt het veilig en kijken we onze ogen uit naar deze nieuwe wereld, Afrika!

Rechts op de kade is er een kermis gaande, een stukje verder pendelen er allemaal schattige houten bootjes heen en weer met passagiers en worden we welkom geheten door mensen aan de kade. Rabat ligt rechts aan de rivier en Sale links. Aan het eind gaan we links en zien we de (enige) marina liggen, waar de koning ook zijn boot heeft liggen. We worden gecommandeerd om aan een kleine meldsteiger aan te leggen. Aan de kade zien we diverse kantoortjes met o.a. iets met administratie, de douane en de politie. We worden heel netjes geholpen met aanleggen en dan is er een moment van onzekerheid. We worden gecommandeerd onze papieren mee te nemen, de boot open achter te laten en naar het kantoor te komen. Met verzekeringspapieren, bootpapieren, paspoorten en andere documenten gaan we op pad. We nemen plaats in een kantoortje. De man is heel vriendelijk en alles verloopt soepel, maar het is duidelijk aan qua hoe serieus ze het inklaren nemen. Laurens moet mee om samen met iemand de boot te controleren op wapens en drugs. Alles is in orde en ook de harpoen levert geen problemen op. Binnen vullen we voor zowel de douane en de politie diverse formulieren in. Frederiek is wederom de eigenaar en Paul de schipper. Daar hebben we nu de meeste papieren van. Er wordt een heel dossier aangemaakt en na een uurtje moeten we op de boot wachten terwijl zij alles houden. Best vervelend, maar het is niet anders.


Er is niets aan de hand en we krijgen een box toegewezen. Daar moeten we ook nog eens mee met alle papieren naar het havenkantoor want overal willen ze alles van ons weten. Dan kan er een Portugees biertje open en komen we rustig bij van het binnenvaren.

AsSalaam Al’i kuum, Al’i kuum AsSalaam, wat zijn deze mensen ongelooflijk vriendelijk. De haven is super netjes en daarbij goed beveiligd. Op elke hoek staat een beveiliger die zich eigenlijk de hele dag op zijn post aan het vervelen is. De Franse invloed is nadrukkelijk aanwezig want iedereen spreekt het en wij met ons Europese uiterlijk worden standaard zo aangesproken. Beetje gek dat we deze taal niet goed beheersen, maar je komt er toch een stuk verder mee dan Marokkaans (Arabisch).

De dag erop verkennen we heel Rabat en de kosten zijn een lachertje. Ze hebben hier Dirham en een euro is zo’n 11 dirham. Bijna alles kost een pepernoot, dus dat wordt genieten. Voor 1,80 euro gaan we met zijn 3e in de tram richting de Medina, een grote markt naast het centrum. De Medina zit vol met kraampjes die van alles verkopen. Kleding, tassen, doeken, speelgoed en hebbedingetjes en enorm veel vis, vlees, olijven, kruiden, vijgen, dadels, groentes, fruit en allemaal lekkere broodjes. Voor 1 euro heb je een heerlijk broodje met verse vis, groente en lekkere kruiden. Hetzelfde geldt voor een broodje heerlijk gekruid gehakt. De dag voor vertrek halen we voor weinig geld onze voorraden binnen voor de volgende tocht. Groente en fruit kosten weinig, dus daar maken we mooi gebruik van.

Er zijn weinig steden in de wereld waar de historische plekken zo goed bewaard zijn gebleven en zo toegankelijk zijn. Rabat en Sale zijn eigenlijk verzamelingen van ommuurde wijken, een soort kastelen, waarvan sommigen maar liefst 1000 jaar oud zijn, of zelfs nog ouder. Ten noorden van Rabat ligt een oude wijk die uit de Romeinse tijd stamt. Tussen de grapfruitbomen en exotische planten zijn hier de resten te vinden van een moskee die maar liefst 1300 jaar oud is. De originele betegelde vloer is te zien, alsmede restanten van een bakker en de waterbron. Vroeger, totdat een aardbeving het gebied in puin legde, moet dit een enorm bruisend gebied zijn geweest. In de verte zien we tal van ooievaarsnesten.

Een andere originele oude wijk ligt aan de haveningang van Rabat. Deze wijk is ongeveer 1000 jaar oud. Terwijl we door de poort heenlopen worden we gelijk aangesproken, met de vraag of we door een gids door het gebied geleid willen worden. Dat lijkt ons een goed idee. De gids vertelt over de historie van de wijk, laat zien hoe oud de gebouwen zijn en komt in de tussentijd veel buurtkinderen en kennissen tegen die hij kent. In het gebied wonen zo’n 1300 mensen. Er staat een moskee en er ligt een mooi onderhouden binnentuin bij.


Het lijkt mij een wijk vol met geheimen en historie, ondanks dat de wijk geen gezelligheid uitstraalt zoals een oude volkswijk in Lissabon dat doet. Wellicht komt dit door een gebrek aan kroegen. Wat daarnaast opvallend is, is het gebrek aan ramen op de straatkant in deze oude volkswijk. Aan de straatkant zijn volgens onze gids van oudsher geen ramen geplaatst omdat we anders de vrouwen zouden kunnen zien en dit, zeker honderden jaren geleden, niet zou mogen volgens de streng Islamitische normen.

In de vier dagen dat we in Rabat zijn gebleven hebben we de stad een beetje leren kennen, en zijn we onder de indruk geraakt van haar veelzijdigheid en historie. De mensen in Rabat zijn heel erg vriendelijk en behulpzaam en zeker niet opdringerig. Desondanks is het tijd om weer verder te varen richting de Canarische Eilanden. We doen de laatste boodschappen en maken een afspraak met de douane en de loods om naar buiten te varen. Bij het uitklaren komt er dan eindelijk een hond aan boord! Hij heet Wolf en het is een grote Duitse herder met een goede neus voor drugs. Nadat de hond een rondje over het dek heeft gelopen en godzijdank niet heeft geblaft mogen we ‘m zelfs even aaien! Even later varen we uit langs de drukke kade van Rabat, vol vissers en zwemmers die ons uitzwaaien, om de oceaan weer op te komen. Eenmaal op het water bieden vissersbootjes ons krabben en vis aan en groet iedereen ons. Het is een toepasselijke manier om uit te varen uit zo’n gastvrij en warm land.


Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.