2014-09-05 Rabat – Graciosa

20. Bezoekers midden op open zee
Rabat – Graciosa
31-08-2014 tot en met 05-09-2014

De Wildevaart is weer onderweg en begint aan de langste tocht die wij vanaf ons vertrek uit IJmuiden tot heden hebben gemaakt. De Canarische eilanden is plus minus 500 zeemijl (926 km) en de laatste keer dat wij zo’n afstand hebben gevaren was in 2012, vanuit IJmuiden reststreek naar de Scilly Islands, nabij zuidwest Engeland.

Wanneer wij Rabat uitvaren verloopt alles soepel, maar wanneer eenmaal de deining ons optilt en weer laat vallen, is de 10 knopen wind niet genoeg om er lekker de vaart in te houden. Met slechts 2 tot 3 knopen snelheid dobberen wij met klapperende zeilen richting Casablanca. Zo nu en dan neemt de wind iets toe, maar het is een helse eerste nacht. Wij hadden achteraf beter kunnen wachten tot de wind wat meer opkwam, maar we hadden ook onze planning om voor 14 september op Las Palmas de Gran Canaria te zijn, waar wij twee bezoekers ontvangen.

De kustlijn verdwijnt, maar ‘s nachts zien wij nog duidelijk de lichten van Casablanca. Wat waren wij graag daar en ook een stuk zuidelijker in Essaouira aangemeerd, maar we moeten door. De 2e nacht wordt behoorlijk spannend met zweet tussen de billen. We varen gemiddeld 3 knopen, het is pikkedonker en de eerste shift is begonnen. Paul blijft aan dek met Frederiek omdat er in de verste een lichtsignaal is, van waarschijnlijk een klein vissersbootje. Het is niet zeker wat of wie het zijn en zij gedragen zich bijzonder raar. Het ene moment zitten zij schuin achter ons, aan de kustzijde (BB) en de andere kant weer naast ons, maar altijd op een afstand van zeker 150 meter, zodat we het bootje niet zien, maar het lichtje wel tussen de deining door. Wat opvallend vreemd is aan hun navigatielicht is, dat deze soms een paar minuten uitstaat. Dat kan doordat zij achter de golven verdwijnen, maar daarvoor klopt de interval niet. Dit proces van voor ons uit varen en weer terugvallen herhaalt zich, wat naar ons inzien echt vreemd is. Het heeft niets meer weg van vissers, die ook daadwerkelijk vissen.

Het bootje komt dit keer dichterbij en Frederiek en ik staan op scherp. Hoewel het uiteindelijk een vissersboot betreft, moet je toch op je hoede zijn. Je bent nog maar kort weg uit Rabbat, waar veel mensen je hebben zien lopen en tot slot hebben zien wegvaren. Het is geen angst, maar wel een gezonde oplettendheid om rekening te houden met slechte intenties.

Het gedrag van de twee vissers blijft vreemd. Ze groeten wel netjes, maar blijven dan lang en zonder iets te zeggen naast ons varen. We varen nu rond de 3.5 knopen en er is een sterke zijwaartse golfslag, waardoor het vissersbootje soms wel tot een meter naast de boot komt, wat ons allerminst bevalt. Na wat Franse woorden en een gebaar, want wat moeten jullie van ons, verdwijnt het bootje zonder iets te zeggen in het donker. Noem het paranoïde, noem het overdreven, maar dan gaan je radars op 100% werken.

Het gedrag blijft vreemd, want het vissersbootje blijft ons volgen. Ze zijn een stuk sneller dan ons met hun buitenboordmotoren en het lijkt of ze wachten. Wanneer na 15 minuten in de verte, ten zuiden van onze positie, nog een licht opdoemt en uiteindelijk zelfs nog een derde bootje, zijn we er klaar mee. We nemen het zekere voor het onzekere en schakelen de AIS transponder uit, doven de lichten en starten de motor. Met de motor bij varen we nu 5 knopen en we koersen vol de open zee op, weg van de kustlijn, weg van het licht van Casablanca en weg van de vissersbootjes. Doordat wij halve wind varen pakken wij de wind goed en slaan ons mooi, met behulp van de motor, door de golven heen. Langzamerhand verdwijnen wij in het duister en pas na een halfuur merken wij dat de afstand tot de lichtjes groter wordt.


Twee dagen later, al 30 mijl voorbij Casablanca, komen wij wederom een klein open houten vissersbootje tegen, geverfd in het klassieke lichtblauw, net zoals de huizen wit met blauw zijn. De vissers komen vrolijk over en we groeten elkaar en vragen hoe het gaat. Ze vragen Paul iets aan te pakken en het blijkt een grote krab te zijn. Paul pakt hem aan en schrikt omdat de krab nog leeft en met zijn poten alle kanten op gaat, maar heeft de krab goed vast. Ze brabbelen wat, maar we snappen er niets van. Ze verdwijnen even maar zijn binnen 5 minuten terug en gooien 3 vissen op het dek, wederom met wat gebrabbel. Het daagt ons nu wel dat wij iets moeten teruggeven, maar hebben geen idee wat en hebben geen sigaretten aan boord, want dat is wat ze graag wilde. We dachten nog even aan een fles alcohol, maar dat kan beledigend zijn volgends de islamitische cultuur dachten we. We geven ze een tros bananen, van hun eigen Medina (markt) en ze verdwijnen weer. Volgens mij waren ze alsnog beledigd, want wat moet je nou met bananen in ruil voor een grote krab en 3 vissen?

De vissen waren hartstikke rot met doffe oogjes en smerige gaten erin. Ze wouden dus duidelijk geen bananen! We gooien ze weg, maar de krab leeft en dat wordt ons middagproject. We koken water en duwen de krab erin. Het is zielig om te zien, maar ze is al snel dood en beweegt niet meer. De krab is heerlijk, al halen we maar weinig vlees uit de poten, wel weer een nieuwe ervaring!

De dagen en nachten vloeien in elkaar over en de wachten worden zwaarder en zwaarder. Nog steeds zonder stuurautomaat, roeren wij 24 uur per dag met de hand en dat breekt je soms op. De wind blijft in de rug en de deining blijft meedogenloos de boot van links naar rechts slingeren. Het is tijdens de nachtshifts (2 uur op, 4 uur af) lastig om meer te doen dan roeren, omdat je die niet zomaar alleen kan laten. Geen kopjes thee of een boek, maar vooral veel muziek. We besluiten op de Canarische luisterboeken te gaan downloaden! Het weer is super en we vermaken ons verder prima, Paul ziet snachts een keer dolfijnen die groene lichtgevende strepen achterlaten. Het fosforescerende water is schitterend onder de sterrenhemel. Het eten aan boord is lekker vers van de Medina uit Rabbat met veel kruiden, speciale mixen van olijven, vijgen, dadels en walnoten en alle groente die je je kunt voorstellen.

Na 6 dagen en 5 nachten zien wij, wanneer de schemering al valt, het eiland Lanzarote opdoemen met daarnaast het kleine Graciosa, wat voor een groot deel uit beschermt natuurgebied bestaat. We besluiten Graciosa aan te doen, vanwege de positieve verhalen uit blogs, waaronder van SY Gabber, die wij op de voet volgen en verhalen van andere zeilers waar wij contact mee hebben. Het worden 6 nachten, 7 dagen om 450 mijl te bevaren en tussen de eilanden door te varen. Het is licht, er staat een goede wind en de energie zit er goed in als we prachtig tussen de eilanden door varen. Aan de ene kant een beschermd eiland bestaande uit volledige rotsformaties, de hoge kliffen van Lanzarote en aan de andere kant het relatief vlakke Graciosa met diverse vulkaan toppen van maximaal 200 meter hoog en nog 2 beschermde kleine eilandjes die op vissen lijken en naar elkaar kijken.

In de haven, die halfleeg is, worden wij gesommeerd door onze Spaanse beveiliger / havenbeheerder, om naar een ankerplek te gaan aan een vulkaan. Eer wij dat doen, doen wij eerst boodschappen in de mini markt die op het kleine eiland aanwezig is. Wat eerst een beetje als een teleurstelling voelt, we hadden graag een douche gehad, blijkt een droom te zijn die in vervulling komt. De baai is schitterend met doorzichtig water en een bodem van wit zand met kleine bergjes waar lucht uit komt en waar we de visjes zien zwemmen. We zien ons anker liggen en springen er meteen in om het anker te controleren op 8 meter diepte, wat nog best een karwei is. Een goede leerles en geweldig om alles zo goed te zien. Uiteindelijk blijkt dat de 35 meter ankerketting alleen al genoeg is om de boot op haar plek te houden. Bij alle ankers zie je de ketting er in een half rondje omheen liggen vanwege de wind die de boot doet draaien. Zolang we allemaal dezelfde kant op draaien, is er niets aan de hand, toch blijven we het de eerste nacht altijd een beetje spannend vinden en zetten 2 anker alarmen.

We pompen Little Fart (onze dinghy) op en gaan gewapend met harpoen, speer, messen en flippers met snorkels op pad. Dat betekend alleen naar ondieper water, richting strand, waar we 100én (gekleurde) vissen zien zwemmen. We vangen uiteindelijk drie vissen en ze smaken goed. Weinig verschil, allemaal een soort van witvis, het lijkt wel een vakantie!


We verkennen het hele eiland, soms samen, soms alleen of met z`n twee. Lopend naar de top van de berg om je naam op het beeld te kerfen, of fietsend naar het noorden om te zwemmen op een van de mooiste stranden die we ooit hebben gezien. Wit zand, lichtblauw brekende golven, totale rust en omringt door vulkanen. Wat wil een mens nog meer. De eerste dag mist Paul de wandeling, want in de dadels zaten maden en hij had er nogal wat van op, ook in de walnoten leken kleine beestjes te zitten. Ze moesten het hele systeem door en dat begon al op zee en eenmaal voor anker betekende dat drie dagen aan de diarree. Een goedmaker waren de gratis mountainbikes die Fred en Paul scoorden om het strand te bezoeken.

Het eiland is bijzonder om haar rust en de mensen zijn kalm en genieten van de zon, er wonen maar 500 mensen op het eiland. Dagelijks komen er tientallen ferry’s met toeristen uit Lanzerot en Fuertaventura. Die gaan allemaal het eiland op en een 30-tal ziet alleen het eiland van het water, want die stappen meteen een catamaran op om mee te zeilen en dan bij ons in de baai wat waterpret te beleven.


We maken veel vrienden, waaronder met drie zeilers die bij ons in de baai liggen. Michael is een Fransman van 29 die met een 32-voets tweemaster rondtrekt. Het is zijn leven en zijn boot is helemaal naar zijn voorkeur ingericht tot huis. We blijven er twee avonden en bewonderen ons over zijn levensstijl die enigszins wel fascineert en inspirerend is. Mike ligt naast ons met een stijlvol zeiljacht van 28 voet waarmee hij al jaren solo zeilt. We kunnen enorm met hem lachen en overigens leren we van alles, waaronder ons Engels. De digitale pilots zijn van onschatbare waarde en zijn verhalen zijn zeer zeker stoer en avontuurlijk te noemen. Mike is een echte Engelse veteraan die 40 jaar in de marine heeft gediend en ook bij de Falkland oorlog aanwezig was, projecten heeft gedaan in Antarctica en nu al zo`n 14 jaar solo zeilt, nu opweg naar zijn vrouw in Brazilië.

Tot slot ontmoette we Chris, een Duitse veteraan die heel hard schreeuwt, wanneer hij denkt dat hij normaal praat. Typisch Duits dus en bij het internet café keek menigeen hem ook verwonderd aan, als hij aan het skypen was, met diverse pintjes. Ook Chris had 1001 verhalen waaronder dat hij altijd in Nederland de Britse vlag voer, omdat Nederlands niets moeten hebben van Duitsers. Wat een grap! De laatste dag hielp Chris ons met onze stuurautomaat, omdat hij elektricien was geweest in het leger. Het mocht niet baten, de autopilot was overleden. Chris deed aan paragliden maar had daarmee een zwaar ongeluk gehad en opnieuw moest leren lopen, waarna zijn vrouw hem verliet. Nu zeilt hij in een (vinden wij) stinkende 28-voets zeilbootje richting Las Palmas, waar hij met zijn broer aan de oversteek zal beginnen, we hopen hem op de Kaapverden weer te zien.

Na 5 nachten is het tijd om verder te gaan. Chris en Mike zijn toevallig beide bij ons op de koffie, wat de nodige humor met zich mee brengt wanneer Chris over Duitse geheimen begint te vertellen uit zijn diensttijd. “Als ik dat vertel, dan moet ik je doden”. Mike was allerminst onder de indruk en toonde zich de meerdere. We zeiden gedag en koersen met goede wind in de rug richting Las Palmas nadat Frederiek een Engels boek over Darwin krijgt van Mike.

Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.