2014-11-25 Santa Cruz de La Palma – Palmeira

23. De Kaapverdische eilanden
Santa Cruz (La Palma) – Palmeira (Sal)
20-11-2014 tot 25-11-2014

Tijd voor een nieuwe mijlpaal, tijd voor een echte zeetocht, tijd voor minimaal een week op zee, een voorproefje op de echt grote oversteek naar het Caribisch gebied. Vanuit Santa Cruz de La Palma oversteken naar de overkant is goed te doen, maar wij hebben nog wat tijd en willen de grote toch opsplitsen. Het is 800 zeemijl naar het Sal, dat wij als eerste aan willen doen. Dan vanuit daar nog 2100 mijl naar de overkant, terwijl het rechtstreeks vanuit de Canarische eilanden +/- 2600 mijl is. Een kort bezoek aan Cabo Verde betekent dus een omweg van 200 mij, maar deelt de grote oversteek mooi op en is een geweldige archipel van eilanden om gezien te hebben.

De tocht verloopt zonder bijzonderheden, waar wij niet meer dan 2 riffen in het grootzeil zetten en het merendeel met volledig zeil voor de wind koersen. Het is wederom een voor de windse koers en het is fijn wanneer het even goed waait. Niet alleen voor de snelheid, maar ook zodat er wat spanning en sensatie is, want sinds Vigo, Spanje, zijn de voor de windse koersen wat suf.

De sterrenhemel is geweldig mooi met veel vallende sterren. De Melkweg is duidelijk te zien en wat opvallend is, is dat toen wij nog richting Rabat voeren, de Melkweg echt boven ons hoofd zat, als een grote boog zoals de regenboog waar je als het ware onderdoor gaat. Nu op weg naar Cabo Verde, ter hoogte van Mauritanië, dat onder Marokko ligt. Zien wij de Melkweg wat meer noordelijk van ons. Wij zijn als het ware door deze poort naar het zuiden gevaren, mogelijk is het optische illusie of de fantasie die vrij spel krijgt tijdens de nachtelijk uren onder de sterrenhemel, maar het feit blijft dat het een prachtig gezicht is!


We spotten weinig zeeleven. In het begin, 100 mijl vanaf de Canarische eilanden zien we een paar grote grienden in de verte, verder valt het vangen van vis nog een beetje tegen. De dagen daarentegen lopen vloeiend in elkaar over en iedereen vermaakt zich uitstekend. Na 6 dagen maken zien we snachts een toplicht van een zeilboot en maken direct contact via de marifoon. Het blijkt SY (Sailing Yacht) Sarah, we kijken elkaar verbaast aan., dat is toch die boot die ze dagen lang zochten bij de Canarische eilanden? Spannend!

We maken contact en kletsen over het hele gebeuren. De solo zeiler Max, verteld ons dat het een misverstand is en we grappen wat en laten het er verder bij. Hij koerst ook op Sal af en mogelijk zien wij hem daar wel weer. Sowieso leuk om te kijken wie er nu sneller is? Dat blijkt hij te zijn door betere weerberichten, want meer westelijk was het gebied waar de wind zat en wij zaten daarna in 2 dagen wind van max. 10 knopen waarmee we blij mochten zijn met 2.5 knopen aan vaarsnelheid.


De tocht duurde uiteindelijk 10 dagen, wat veel is voor 800 mijl, maar waar wij inmiddels aan gewend zijn. Op dag 10 zien wij het grijze steenachtige eiland Sal en is iedereen dolenthousiast! Dit is nog meer Afrika dan Marokko voor ons gevoel en daarbij krijgen we onze 2e stempel in ons paspoort. Cabo Verde is sinds 1975 onafhankelijk van Portugal en wij zijn benieuwd wat ons te wachten staat.

We leggen aan in het ankergebied bij het dorpje Palmeira in het noorden van het eiland. Er liggen veel boten voor anker en we gaan voor anker waar het slechts 2 meter diep is met een stenen platte grond. Door te duiken kunnen we het anker mooi vastzetten achter een rots die wat uitsteekt en dan geen kant meer op kant. Wat als eerste opvalt is de gele boot van Mike, die we eerder op Graciosa hebben ontmoet. Super, dat wordt gezelligheid! We gaan aan bakboord van hem liggen en als klap op de vuurpijl ligt aan bakboord van ons ligt SY Sarah. Wat zal het hele verhaal zijn?


We maken schoon schip, drinken ons victory pilsje (een traditie bij aankomst van nieuwe plekken) en blazen de bijboot op. Als we aankomen zien we meteen Mike, die ons tegemoet komt en roept; “Are that the crazy Dutch?” We spreken later af een biertje te pakken en gaan aan land. Meteen worden we welkom geheten door jonge kinderen die helpen met de bijboot. Het is zondag en druk, overal lopen mensen en spelen kinderen. Het is niet al te groot, net een wijk van 750 mensen maximaal met in het midden een grote asfaltweg. Alles is in vervallen staat en iedereen leeft in kleine huisjes, soms zelfs zonder een dak. Los van de middenweg is alles gewoon aardegrond en je merkt dat je letterlijk een halve eeuw terug in de tijd bent, plus daarbij een duidelijk zichtbaren armoede. Toch leeft het dorp en zijn de mensen opgetogen en vrolijk. Na een rondje lopen, wat cash opgenomen te hebben pakken we een terras met een koud biertje en laten het thuisfront weten dat we veilig zijn aangekomen. Internet werkt niet altijd en al helemaal niet als de stroom er in het hele dorp uit ligt, maar we hebben geen klagen, er heerst een typische sfeer van: No Stress!

Mike komt aanlopen met Max, de kapitein van SY Sarah. Het verhaal blijkt een defect in de marifoon waar hij al mee kampt sinds Portugal. Hij lacht de ballen uit zijn broek wanneer hij hoort dat er zelfs een helikopter op zoek was naar hem en zijn zeilboot.

We borrelen de hele middag met gezouten bonen en biertjes en komen niet bij van het lachen, wat een heerlijke Engelse humor!. Na gek doen met Mike en Max, verplaatsen we naar de volgende tent, Esplanda Rotterdam. Daar drinken we een locale rum met citroen, die Mike ons aanraadde. Goed, na 11 dagen mag het wel weer, maar dit schonken ze als limonade in die kleine bekertjes en door de zoetigheid dronk je het ook zo, maar het was zo puur als het maar zijn kon. Op weg naar gekkenland verplaatsen we naar het open plein waar een bbq gaande is, dat is elke zondag in Palmeira en niemand blijft thuis, van (heel) jong tot oud komt naar buiten er is overal muziek.

De Afrikaanse invloeden zijn overal te zien, van hebbedingetjes als armbanden, kettingen tot totempalen en schilderijen, tot felgekleurde kleren en natuurlijk veel rasta’s. Bij de bbq is het super gezellig en we eten mee met de locals. De rum deed zijn werk en we waren inmiddels allemaal ergens anders te vinden. Iedereen vermaakte zich wel ergens, van rasta cafe tot game cafe of relaxten en mensen kijken tegenover de “disco” (een open ruimte die omheind wordt door beton en kippengaas), hier kan het allemaal.

Paul en Frederiek belanden aan een grote ronde tafel dat voor een barretje staat. Frederiek deelt een zak met popcorn met de vele kinderen die daar ook aan de grote tafel zitten. Paul verteld de kinderen met vele hand gebaren en geluiden een verhaal over een man die de wilde zee bevaren heeft, bedoelt hij zichzelf? De kinderen kijken met grote ogen naar dit theaterspel, ze verstaan er niets van maar zijn aan zijn lippen gekluisterd met dit spannende verhaal, waar geen eind aan lijkt te komen. .

De terugweg is pittig, want onze Dinghy is weg. Boos zoekend, maar zonder resultaat, varen wij uiteindelijk terug met Mike. De volgende dag blijkt de vloed, die weer terug vloeide naar eb, de boot meegenomen te hebben. Lokale kinderen hadden hem aan de andere kant van de haven gevonden. We betalen ze 10 euro als dank, wat ze met grote ogen aanpakken. Dat is 1000 Escudos en voor hun veel geld. Vanaf dat moment bewaken de kinderen de bijboot elke dag vanuit “Mi Casa”, zoals zij zeggen. Wij geven ze 2 euro of een rolletje mentos. Wat zoiets kleins teweeg brengt is een bijzonder gevoel van gunnen, want het gelukt spat eraf.

De volgende dag doen we rustig aan en komen we bij van de drukke nacht. Thomas is bij een local thuis en krijgt een stuk of 25 dreads in zijn haar gevlochten. De volgende dag gaan we achterin een pickup naar het vliegveld, we moeten nog inklaren en dat kan alleen op het vliegveld, we wachten zeker een uur tot we worden geroepen en dan is de stempel binnen een paar minuten gezet na 5 euro te hebben betaald voor de hele handeling, prima!


We trekken naar het zuiden van het eiland, wat niet gek ver is, want de lengte van het eiland is max. 30 kilometer en we zien vanuit het mini busje waarin we zitten zout en vooral, droge vlaktes. In Santa Maria merken we gelijk dat het hier behoorlijk toeristisch is, dit vanwege de diverse resorts die er de afgelopen jaren zijn gekomen. Er is namelijk een prachtig wit strand met helderblauw water, 8 kilometer lang met een heerlijke bries. We zwemmen, zien de locale vissers druk bezig zijn op de enige steiger die er is en zien de ankerbaai die er als een plaatje bij ligt, daar moeten we liggen met de Wildevaart denken we!

Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.