2014-12-25 Mindello – St Charles (Barbados)

26. Atlantic crossing
Mindello – St Charles (Barbados)
02-12-2014 tot 25-12-2014

Daar gaan we! Hier hebben wij de afgelopen jaren naartoe geleefd. Gaat het gebeuren? Jaaaaa, nu gaat het gebeuren! Dinsdagavond 2 december rond 20:45 varen wij in de schemering weg van Mindello, nagestaard door onze buren die niet begrijpen waarom dat schip de Wildevaart in het donker vertrekt. Wij maken ons daar niet zo druk om. De dag van vertrek hebben we de laatste inkopen gedaan, en we hebben nog rustig een biertje gedronken op de aankomende overtocht met onze Engelse vriend Mike. Bij een tocht van +/- 21 dagen maakt een extra nacht zeilen niet uit en we wilden graag vertrekken wanneer we voelden dat we er klaar voor waren! In de avond waren we er klaar voor. Er lag niets meer tussen ons en Barbados in, behalve een enorme plas water.


De tocht is 2100 mijl, naar boven afgerond omdat je vaak nog wel wat zigzagt. De loxodroom is wel meegerekend. Wanneer je zo’n grote afstand vaart, kloppen de rechte lijnen op de kaarten niet meer, want de aarde is rond en wordt in de mercatorprojectie op een plat vlak geprojecteerd. Zo hebben wij 4 waypoints, van ieder 500M geplaatst en besparen zo ongeveer 60 mijl. Op de kaart lijkt het daarom dat we in een grote bocht naar Barbados varen, terwijl dit in het echt juist de meest rechte lijn is.

De tocht begint met wat tegenslagen. Geen ogenblik is er gedacht om terug te varen, want de problemen zijn te overzien, maar het is wel even schrikken. Bij ons vertrek pakken wij meteen de harde wind op die tussen de eilanden door de oceaan op brult. Met 5 knopen en uitschieters tot 6 knopen maken wij een lekkere start. Net na het avond eten, we zijn net 2 uur weg, begint het eerste probleem, namelijk dat onze (nieuwe, sinds Las Palmas) stuurautomaat “Sjaakie” niet meer werkt. Qua stroomspanning zijn er geen problemen en we horen het motortje wel draaien, maar de stuurautomaat levert geen kracht.

We zijn wel met zijn vieren, maar 3 weken lang met de hand sturen zal ons gaan opbreken. We gaan direct over tot actie. De stuurautomaat gaat helemaal open en stap voor stap controleren we de onderdelen. De elektra is goed, maar wanneer we de motor grondig inspecteren zien wij dat een klein wieltje, dat aan de motor vastzit en waar een v-snaartje aan vast zit geen grip meer heeft en doorslipt. Terwijl we de stuurautomaat van binnen bekijken staan wij verbaast hoe zo’n klein motortje met een piepklein v-snaartje en kleine tandwielen in staat is de krachten van het roer op te vangen, en een kracht van maximaal 85 kilo kan leveren!

Wij lijmen het onderdeel op de as met secondelijm. De verwachting is dat secondelijm de krachten van het roer niet zal houden, en we zien de aanpak met de secondelijm dan ook als eerste poging. We geloven er amper in, maar het lijkt de manier te zijn waarop het wieltje eerder ook al is vastgezet. Na de stuurautomaat eindelijk weer goed in elkaar te hebben gezet – het is nu zo’n 3 uur `s nachts – kunnen we de reis vervolgen met een werkende stuurautomaat! Tot onze grote verbazing werkt de secondelijm goed! In ieder geval tot het punt waar we ons nu bevinden terwijl dit verhaal wordt getypt – op zo’n 100 mijl afstand van Barbados – werkt de stuurautomaat perfect!

Diezelfde nacht neemt de wind verder toe, en steken we twee riffen. Een paar uur later valt de wind volledig weg, en bevinden we ons in de luwte van het meest westelijke eiland. Dat betekent amper wind, en een heksenketel aan golven die van alle kanten komen. Er zit niets anders op dan de motor aan te zetten, wat we altijd met frisse tegenzin doen. De motor draait in de eerste nacht al 8 uur weg en we komen daarmee zo’n 30 mijl meer de oceaan op, uit de luwte van het eiland. Wanneer er na zo’n 8 uur motorzeilen weer wat wind opkomt, komt deze uit het westen, wat we niet hadden verwacht. In theorie bevinden we ons immers in de gordel van de passaatwind; een uitgestrekt gebied met constante noordoostenwind van zo’n 4-5 beaufort die ons helemaal naar de Carieb zou moeten blazen. Hoewel de passaatwind in de maand december nog niet op volle sterkte is, hadden we toch betere omstandigheden verwacht waarmee we onze grote oversteek zouden beginnen.

Niemand heeft echt goed geslapen deze nacht. Op een boot slaap je eigenlijk pas echt lekker als deze 1 kant op helt en het liefst met wat snelheid zodat de deining de boot niet teveel laat schommelen. Niet teveel, want schommelen gebeurt altijd. Na de eerste dagen laat Thomas merken spierpijn te hebben en ook de anderen merken dit later. Heel raar, maar logisch want terwijl je slaapt proberen de kleinste spiertjes je toch enigszins in je bed te houden.


Dag 2 is wel een opluchting, want de boot is uit de luwte en we varen rond de 3 knopen met de wind vanuit de goede richt, namelijk noordoost. De volgende dag neemt de wind toe en we beginnen weer snelheden van 5 knopen gemiddeld te varen. Het gemiddelde staat door de slechte start op 3.4, maar na 2 dagen loopt dat op tot een topscore van 4.4 knopen, wat uitzonderlijk goed voor ons is. De wind komt daarnaast schuin van achter. Met de wind uit deze hoek kan het schip een mooie snelheid halen, en heeft de boot een constante lichte helling waardoor het slapen gemakkelijker wordt.

De 4e dag een kleine tegenslag, want de spinnakerboom dondert overboord. Bij het vastmaken aan de mast laat het kopstuk los en er was niets meer aan te doen. De boom was nog los van de genua en binnen een paar seconden ligt de boom in het water. We activeren de MOB (man overboord) en varen op de motor zo snel als wij kunnen terug, Thomas blijft wijzen naar de plek van de boom, omdat dat erg lastig volgen is met de hoge golven, maar de boom is van ijzer en als we er bijjna bij zijn zinkt deze, helaas.

De spinnakerboom is als een giek voor de genua. Zoals het grootzeil op een giek zit kan je zo het zeil mooi strak zetten en klappert deze niet zoveel. Met de wind in de rug steekt deze boom ruim een meter uit aan de zijkant van de boot, waar op de kop de schoten van de genua doorheen gaan. Hierdoor kan er veel meer wind van achter in de genua komen, en vaar je al snel een knoop harder. Daarnaast klappert het zeil een stuk minder, waardoor deze minder snel slijt. Kortom; de spinnakerboom is vrij essentieel voor een overtocht van 3 weken waarbij de wind vooral van achter zal komen. Gelukkig zijn we creatief en met de houten roeiriem, die Paul in Rabat had gekocht van een visser (om mee te wrikken). Hij steekt minder ver uit, maar werkt goed, ook tot de dag van vandaag nog, ondanks dat hij flink begint te slijten omdat de roeiriem langs de stagen schuurt. Bijkomend voordeel is dat de wrijving van de stag met het hout een lekker geurtje verspreidt langs de stag. De wrijving levert een geur op die je doet denken aan de geur van een sauna; heerlijk!

We hebben ongelooflijk veel groente en fruit, maar de kolen hebben het naar een paar dagen al begeven en rotten weg. Frappant, want de vorige kool hadden wij meer dan een maand aan boord en was toen nog steeds goed. De tomaten zijn geweldig, want naarmate de rode opraken, beginnen de groene al een beetje kleur te krijgen. Limoenen, aardappelen, uien en eieren blijven ook zonder koelkast gerust 3 weken goed. Er wordt volop brood gebakken, met noten, pitten, kruiden, olijven, knoflook, sardientjes en rozijnen. Het lukt allemaal en is heerlijk. Ondanks dat we geen koelkast hebben hoeven we pas na 2 weken ons te richten op het blikvoer.

Op een zonnige warme dag zonder een druppel regen of sneeuw vereert ook Sinterklaas ons met een bezoek aan de boot. Het is een rustige avond en de boot vaart constant. We hebben lootjes getrokken en gedichten geschreven. Er liggen wel 20 cadeaus, want sommige hebben allemaal kleine extra kleinigheden gehaald. De sint heeft zelfs spullen die gewoon op de boot lagen ingepakt, die door middel van een spel yahtzee gewonnen kunnen worden. Het is een gezellige avond met verse pepernoten, gemaakt door Frederiek, althans dat laten wij Thomas geloven. Er zat zelfs wat bakmeel op, maar de pepernoten smaakten natuurlijk perfect, zoals iedereen ze in Nederland ook koopt in de Supermarkt. We kijken de film SINT en dan is het weer tijd om de nachtshifts te laten beginnen, hoewel het felle licht van de maan ons bijna laat denken dat het nog dag is.

Er is soms genoeg stroom en daarom kan er af en toe een film gekeken worden, maar dat is een luxe en daardoor ook extra leuk. Iedereen vermaakt zich goed met boeken lezen, sporten, zonnen, muziek, projecten, verhalen en blogs schrijven, het zeilen en de boot zelf. Ook koken, en spelletjes zoals yahtzee en mens erger je niet brengen de nodige afleiding. Daarnaast levert het repareren van zeilen ook genoeg afleiding, zeker toen het voorzeil op 18 plekken punten van flinke slijtage vertoonde. Een nieuw fenomeen zijn de luisterboeken die Paul heeft gedownload. Zo hebben wij de reeks van alle Harry Potter boeken, alsmede alle exemplaren van Dan Brown. Dit bevalt goed, maar met je shift moet je wel goed opletten dat je niet in slaap valt. We vissen elke dag, maar alleen dag 3 vangen wij 3 dorades en Paul nog een hele grote op dag 6, maar dan is het voorbij met de pret. We komen allemaal in een soort ritme terecht, het leven op de boot verloopt rustig maar gestaag en we weten ons goed te vermaken.

We zien de eerste week een paar Grienden voorbij komen en tijdens de tocht zwemmen er dagelijks grote joekels van vissen langs de boot. Onder de boot is een hele ‘circle of life’ gaande, want de vliegende vissen zijn overal (ook dagelijks aan dek!) en de jagers zitten rondom de boot om zo niet op te vallen en dan genadeloos toe te slaan. . Laurens vond in de buik van een Dorade die we hebben gevangen zelfs een klein vliegend visje, heel bijzonder. Het jagen van de Dorades rondom de boot bereikt een hoogtepunt wanneer we zien dat een enorme dorade achter een vliegende vis aan zwemt, hierbij zelf ook het water uit springt, en vervolgens zijn prooi inhaalt en oppeuzelt. Het is duidelijk dat de Dorades het schip gebruiken om te jagen, zowel overdag als ‘s nachts.


Tijdens Sinterklaas hoorde Frederiek een spartelend geluid op het dek en lag er een grote vliegvis bij het raam, die zij het leven heeft gered. Er zijn mensen die deze vissen eten, maar wij zijn er niet op berust dat het echt lekker is. Ze zijn net te klein, de grootste zal net het formaat van een Makreel hebben. Daarbij zien ze er hard en lomp uit met hun rechte geschubde lichamen en vaak uitpuilende ogen. Frederiek krijgt er ook nog 1 frontaal tegen haar hoofd en schrikt zich rot. Paul kon de vis daarna oprapen en teruggooien, haha.

Na een week zitten wij op een diepte van meer dan 5000 meter en omdat we maar 3 knopen gaan besluiten we te zwemmen; tijd om onszelf te wassen want we zullen behoorlijk stinken. Of, Paul springt er rechtstreeks na het opstaan in en de rest volgt. Wel met wat woorden als: “wees geen pussy, de diepte zegt helemaal niets”. We zwemmen allemaal en nog veel vaker, zonder dat het dan nog eng is, maar de eerste keer was toch weer een beetje spannend, maar ook een hoognodige “douche”.

Thomas heeft weer een opstopping en kan niet poepen. Met wat pilletjes lukt dat uiteindelijk wel na 8 dagen, maar dat betekent dus elke 15 minuten feest en het ruikt als een bloementuin in de hele boot, geluiden daar gelaten. Tot overmaat van ramp verstopt de wc, waarschijnlijk door een verstopping en hebben wij geen beschikking meer over het toilet. Thomas mag voor straf zijn eigen goedje uit de pot scheppen en nu gaan we allemaal over de rand van de boot. Dit deden enkele al vanaf het begin, maar nu geen uitzonderingen meer. Laurens probeert de verstopping nog te verhelpen, ook door vanaf buitenaf een kabel door de leiding te drukken, maar helaas zonder succes.

De zonsopkomst en de zonsondergangen zijn prachtig mooi, met alleen maar wolken en de zon zelf aan de horizon. Elke dag is het weer net een beetje anders en altijd een prachtig gezicht. Als er wolken voorzitten zie je de stralen als rechte strepen de lucht in schijnen. Dan worden de wolken prachtig oranje, rood en soms zelfs mysterieus paarsachtig als de schemering invalt.

Wij beginnen met het opschrijven van de tijden, wanneer de zon opkomt en wanneer zij ondergaat. Op de boot houden wij de UTC tijd aan, totdat wij in Barbados zijn, waar de klok vier uur naar achter moet worden gezet. Elke dag eten we dus steeds later ons avond eten, als je op de klok kijkt. We varen letterlijk terug in de tijd, want elke dag varen wij voor de zon uit en vervolgens varen wij haar achterna. Eigenlijk is het de aarde die voor de zon wegdraait, maar door tegen die richting in te varen verlengen wij het proces van zonsopkomst tot zonsondergang. Normaal zit je in een vliegtuig en heb je een jetlag, want die ene tocht en die ene dag duren opeens 5 uur langer of korter. Onze dagen duren nu gemiddeld elke dag 10 minuten langer, dus niet 24 uur, maar 24 uur en 10 minuten. Een bijzondere constatering en het is steeds weer leuk om te bedenken hoe het in Nederland is, waar het ten opzichte van ons vele uren later is.


Tijdens de reis hebben we nog een zwaar project met onze high aspect rol genua, want die heeft flinke slijtage opgelopen. De stagen zaten verdraaid en de leuvers van de stag genua, die omhoog stond, schuurde en klapte steeds op de genua dat opgerold zat. 18 fraaie beschadigingen met enkele volledige gaten. Het is en heel project om alles te maken, maar na 2 dagen is alles weer zo goed als nieuw. Alhoewel, niet nieuw, eerder een stippel zeil. Het is er niet minder sterk op geworden, eerder sterker, maar het ziet er natuurlijk niet fraai uit.

Na 10 a 11 dagen valt de wind weg en varen we nog maar 2 knopen. Er is 1 nacht dat het zo erg is, dat we 5 uur lang de motor bijzetten. Dat zet qua afstanden maken geen zoden aan de dijk, maar de accu’s zitten wel weer voor 100% vol en iedereen kan een stuk beter slapen. Goed slapen is belangrijk en over het algemeen slaapt iedereen super! Wat bijzonder en opvallend is dat iedereen heel heftig droomt. Heel realistisch en intens, meer dan normaal. Het is toch heel anders midden op de oceaan, zonder iets om je heen en het eeuwig bewegen van de boot. Na dag 3 zien we geen boten meer, uiteindelijk pas na 2 weken, 9 dagen later, hebben we contact met een andere zeilboot. Verder zien we in de derde week pas een grote groep dolfijnen die meters grote sprongen in de lucht maken voor en om de boot.

Wij bevinden ons op de helft van de tocht en de wind gaat hier draaien vanuit NO naar ZO. Omdat we op de helft van de oversteek zitten gaan we 2 dagen in stilte door, waarin we alleen met elkaar praten als dit noodzakelijk is voor het zeilen van de boot. Op de momenten na dat er iets met de zeilen wordt gedaan (als er bijvoorbeeld een rif wordt gezet) wordt er niet gesproken. We zijn allemaal blij als de twee dagen erop zitten, de stilte aan boord is een leuke uitdaging maar is ook best wel saai.

Hoewel er al een tijd nauwelijks wind staat, komt deze plots ‘s nachts heel sterk opzetten met enorm veel regen. Frederiek was doorweekt en als een kind zo blij, want na al dat zout is zoet water het een genot. Je wordt gek van al dat zout, dat droogt je hele huid en kleding uit tot het extreme aan toe. Met de warmte heb je dan wel weer zo’n plakkerige en klamme huid, bleh!

Drie dagen later pakt de wind weer op, maar het schiet niet echt op en de eerste tekenen van verveling en frustratie worden zichtbaar. Wij zijn nu meer dan twee volle weken op zee en ons gemiddelde snelheid is dramatisch gezakt van 4,4 naar 3.6 knopen. Dit betekent dat we per 24 uur slechts 84 mijl afleggen, ofwel 150 kilometer! Daarnaast ligt er nog 600 mijl voor de boeg; dat schiet dus niet echt op! Paul neemt nog een keer een duik, maar schrikt zich dood omdat er een grote vis van een meter achter de boot zwemt terwijl Paul ook achter de boot hangt. .

We houden de moed erin en kijken regelmatig een leuke film voordat we de nachtshifts in gaan, eten heel erg goed met de leukste creaties. De grote tros bananen gaat na 2 weken overboord, want die zijn helaas niet meer goed. Maar het zijn er slechts een stuk of 8, want de andere 40 tot 50 zijn opgegeten, opgebakken of in shakes vermalen. Het bleek dus een goede koop en belangrijk voor de vitamientjes, want er was verder niet veel fruit, op limoen na waar we elke dag limonade mee maken.

Dan een plotseling avontuur, al begrijp je dat alles al snel een avontuur wordt als je veel tijd over hebt. Er is een nacht dat eerst Thomas en dan ook Frederiek, beide afzonderlijk van elkaar vertellen dat zij een flits denken te hebben gezien. Het lijkt onwaarschijnlijk, maar de beschrijving doet denken aan een lichtkogel waarvan je een schimp opvangt aan de horizon. In de shift van Paul begint het licht te worden, maar Paul ziet een lichtreeks van 3 lang en 1 kort en denkt dat er om hulp wordt geseind. De Wildevaart seint met het deklicht terug, wat zeker weten opvalt, want dat is enorm veel licht. Thomas komt erbij en nu het lichter is kunnen wij de contouren van een schip zien, maar dan zonder mast, of een halve en een soort van zeil omhoog. De adrenaline stijgt en we passen alle zeilen aan om aan de wind die richting op te varen.

Er is geen reactie op de marifoon en ook het lichtsignaal is gestopt, wat wij interpreteren dat de bemanning van dat schip ons heeft gespot. Het lijkt ook alsof zij op ons afvaren. Abrupt eindigt ons avontuur, want er staat duidelijk geen mast op, maar het witte zeil is een witte windvaan die aan een gigantische boei zit bevestigd. Het is een weerstation met allemaal toeters en bellen eraan die niet op onze kaart te vinden was. We varen nog wel even langs om het dichtbij te bekijken maar vervolgen dan, enigszins teleurgesteld, weer onze koers…


Barbados, he we come! De wind neemt de derde week toe en we kunnen mooi plat voor het lappie gaan varen. We varen nu al twee dagen gemiddeld 6 knopen en zelfs ons totale gemiddelde is gestegen naar 3.9 knoop. In een dag leggen we nu zo’n 135 mijl af, ofwel zo’n 250 kilometer. Met een beetje mazzel kunnen we onze gemiddelde snelheid weer opkrikken tot 4 knopen, wat een nette prestatie is. Nog 240 mijl te gaan, we kunnen het land al ruiken en de vogels al zien vliegen. Met als enige verse groente nog 8 uien en als fruit nog 1 citroen en drie limoenen worden onze toch al creatieve kook kunsten extra op de proef gesteld. Gelukkig gaat het nu hard en we hebben berekend eerste kerstdag aan te komen, de weddenschap over de tijd is gestart!

Naarmate Barbados dichterbij komt neemt ons ongeduld toe. De laatste lootjes wegen het zwaarst, zeker als het moment komt dat je elk moment verwacht dat iemand ‘land in zicht’ roept. Tijdens het avondeten passeren we de grens van 100 mijl. De vraag is of de wind aanhoudt, en wij de volgende dag op Kerstavond aan de hamburgers op Barbados zitten, of dat we pas 1e kerstdag aan zullen komen. Een ding is zeker, ondanks dat iedereen het zeilen heerlijk vindt (zeker met de wind van de afgelopen dagen) verlangen we ook naar een borrel en een verse maaltijd.

Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.