2015-01-07 Bridgetown – Port Elizabeth (Bequia)

28. Eindelijk 40 knopen wind!
Bridgetown (Barbados) – Port Elizabeth (Bequia, St. Vincent & the Grenadines)
02-01-2015 tot 07-01-2015

SY Wildevaart vaart uit om het Caribische gebied te verkennen. Op aanraden van onze Amerikaanse vriend Joe richten wij ons op het eiland Bequia dat onder St. Vincent ligt in de Grenadine. Het oorspronkelijke plan was St. Lucia, St. Vincent of Martinique, maar nu gaan we voor Friendship bay, dat ten zuiden van het eiland ligt. Het schijnt een prachtig eiland te zijn en als we een uurtje wandelen kunnen we aan de andere kant, bij Admiralty bay inklaren, in Port Elizabeth.

Bij vertrek houden we het grootzeil gereefd, omdat na de luwte van Barbados de wind zal toenemen en de voorspelling 25 knopen is en mogelijk 30 later in de nacht. Dat trekt volgens de GRIB files naar het noorden, maar wij willen geen risico nemen. We zeilen voor de wind langs de Wylde Swan op nog geen 10 meter afstand. We herkennen de kinderen en crew en iedereen zwaait ons uit, echt hartstikke leuk! Nog geen uur later pakt de wind ons op en varen we met 4 tot 5 knopen naar het westen.

Dit is Francien haar eerste zeetocht en hoewel ze een beetje moet wennen, gaat het haar goed af. Ze is niet zeeziek en de deining is van dal tot op toch al zeker 4 meter hoog. We eten lekker pasta met verse groenten en gehakt terwijl het al donker wordt. Helaas moet er steeds iemand aan het roer staan, want het zal eens niet, de stuurautomaat is kapot. Frappant, want tijdens de 22 dagen durende overtocht werkte deze na één kleine reparatie goed. Wat blijkt na onderzoek, dat de motor onder de roest zit en alle onderdelen vochtig zijn. De stuurautomaat heeft 22 dagen rechtop gelegen en soms als die eraf moest een beetje schuin, maar altijd liggend. Er kwamen geregeld golven en regen overheen, wat onze Sjaakie makkelijk kan hebben, tot wij Sjaak eraf haalde bij aankomst en deze vochtig bleek te zijn van binnen.

Het is niet te repareren en aangezien we met 5 tot 6 knopen de volgende dag aankomen, het maar 100 mijl is, besluiten wij wacht te draaien van 2 uur op, 4 uur af. Frederiek begint en tijdens haar wacht neemt de wind al ruim toe. Paul helpt met het zetten van een tweede rif zodat de hele boot wat wordt ontlast, want de mast, stagen en zeilen krijgen het flink te verduren. Het waait nu constant 25 knopen en er zijn uitschieters van 30 knopen. Hier hebben wij op gewacht! Tijdens de oversteek heeft de Wildevaart zo nu en dan 25-30 knopen gehad, maar dan relatief kort en meer vlagen dan constant. Tijd om te beuken en met de golven in de rug halen wij snelheiden van 7.8 knopen.

De wind is nog meer toegenomen en tijdens een shift wissel leest Paul een topsnelheid van 8.4 knopen af, in de ochtend staat het record zelfs op 9.2 knopen, wat ongekend hard is voor de Wildevaart. Paul en Frederiek besluiten dat de wind stabiel is en laten het op 2 riffen, mede omdat de kleine Genua hoog afgesneden is.

Het gaat er hard aan toe en tijdens de wachten komen wij meerde boten tegen. Een groot zeiljacht beukt met 12 knopen tegen de golven in! De golven zijn nu gigantisch en zeker 8 meter hoog, thans van dal tot kop. De boot zakt er diep in weg en dat is het moment dat je het schip op koers moet houden. Goed voor de wind, maar zonder gijpgevaar en ook niet teveel halve wind, want dan schiet de boot richting aan de wind. Dat wil je niet met die golven, dan gaat het spoken en kan je rollen. De wind is constant 35 knopen met uitschieters tot 40 en enkel regenbuien die voorbij komen. Daar zit dat extra beetje wind in en daar moet goed opgelet worden.

Soms komen er series met golven waar dan een grote golf in het midden zit. Soms gaan die aan je voorbij, soms kan je ze ontwijken, maar dat is eigenlijk zonde. Als je met de hand stuurt kan je golven bespelen, ook met een 11 meter lange en 13 ton wegende zeilboot. Het is als surfen, en als je goed corrigeert zak je achteruit naar beneden op de voorgaande golf en dan wordt het schip opgepakt en ga je vol de lucht in en sta je bovenop de zee, wat een magisch gevoel geeft. Deze nacht was speciaal door veel maanlicht, het was zo goed als volle maan en ondanks de vele wolken waren er ook gaten in het wolkendek. Met regen en wit schuimende toppen die breken is het heerlijk genieten. Op zo’n golf hebben wij zeker ook die topsnelheid van 9.2 knopen gehaald.

Maar, het kan ook anders verlopen en dan zie je de golf niet aankomen of gedragen de golven zich als een heksenketel en kantel je richting de wind. Twee zijraampjes waren open voor frisse lucht en tot nu toe ging dat goed, maar het was natuurlijk vragen om problemen, want er was al genoeg water over het dek gelopen. De boot slingert weg en een krachtige serie golven knalt op de zijkant. Frederiek en Paul die in het midden van de boot slapen worden vol getroffen en zijn helemaal doorweekt. Francien slaapt onder de raampjes en krijgt ook aardig wat over haar heen, maar houdt het relatief droog. Iedereen schikt op en Paul staat op het bed wanneer een tweede golf vol op het schip slaat. Het water wurmt zich met een gigantische kracht door de raampjes en nu staan we even in het water. Wat een ervaring, wat een geweld, gewoon heerlijk zo’n nachtelijke douche, gelukkig is het een tocht van maar 1 nacht.

De boot wordt gecorrigeerd en bleek ook niet meer te houden buiten. Het probleem met voor de wind varen is dat de schijnbare wind anders is dat de daadwerkelijke wind. Dat wil zeggen dat het wel daadwerkelijk 35-40 (8 bft.), maar dat je dit niet voelt, omdat het schip met gemiddeld 7 knopen vooruit knalt, voelt het dus als 28-35 (7 bft.). Dat kan het verschil maken tussen het zetten van een extra rif. Het is dat wij voor de wind varen, want aan de wind zouden wij zeker het 3e rif bijzetten. Al is het maar om het roer te ontlasten, want het schip kan het hebben.

Het vraagt wel veel van de crew, want het constant surfen op de golven is zwaar aan het roer, waar je 2 uur op en 4 uur af staat en het slapen gaat voor geen meter. De volgende dag is Bequia in zicht, maar iedereen is moe. Wanneer het nog maar 1 uur zeilen is komt er een zware bui over met een grote bulk aan wind. We horen meteen te moeten reven, maar zo gaat het al de hele tocht, want ook deze bui zal overwaaien. Het is echter nu conflicterend, want Friendschip bay ligt minder in de luwte en je vaart jezelf in een hoek waar je met veel wind liever niet bent. Het regent keihard en de mast krijgt het zwaar te verduren, dit is zeker 40 knopen wind! We kijken het nog even aan, maar Frederiek komt erbij voor het geval we moeten reven.

We besluiten om niet naar Friendship bay te gaan, omdat met een bui als zojuist dat teveel problemen kan geven. Denk aan ondieptes, lager wal en brekende deining. We verzetten onze koers naar het noordwesten en varen via Bequia head naar Admiralty bay, Port Elizabeth. Er zijn tegenovergestelde stromingen in het Bequia kanaal, tussen het eiland en het grote St. Vincent dat erboven ligt, maar wij pakken de stroom mee en varen slecht 2 uur later binnen.

Het is hier prachtig, want de baai is breed en gaat diep het land in, waardoor je het gevoel hebt midden in het eiland te liggen. We ankeren, maar dat mislukt doordat het anker gaat krabben en er staat nogsteeds veel wind in de baai. Na twee pogingen varen we naar de moorings, dichtbij het dorp en maken een deal met een local die zo stoned als een garnaal is. Ondanks dat we moe zijn springen we dolenthousiast het water in. Dit is zo mooi, want de boot ligt anderhalve meter boven de grond, wat een geweldig gezicht is in het helder blauwe water waar je de zeesterren vanaf de boot ziet liggen.

Het zal ook eens niet, want Joe, de Amerikaan die ons deze plek aangeraden had, is onze buurman. Hij is meteen van de partij en wij krijgen een uitgebreid touradvies over wat er allemaal op het eiland te beleven is en waar je voor welke prijs proviand kan halen. We doen het rustig aan de eerst dag, toch breekt het kreeften jagen al snel los, want we vinden kreeften bij de mooring ankers. Ze zitten onder stenen en oude motorblokken (massieve scheepsmotoren) die gebruikt worden voor de moorings. Het is een spannend avontuur, want naast kreeften vinden wij ook plofvissen en alen, grote slangen die je met een openstaande bek aankijken vanuit donkere plekken.

Op Bequia is het puur genieten, want de sfeer is volop blijheid vrijheid met meerdere strandtenten, veel palmbomen en ’s avonds zijn de heuvels verlicht door huisjes en de baai door 100’en toplichten van de boten. De volgende dag motoren we met onze dinghy naar Devil’s Table, een koraalrif op de hoek va de baai en nemen al onze snorkelspullen mee. Het is groot en heeft veel verschillende soorten vissen, van lang tot dik en rond, klein als nemo maar ook weer plat en hoog en alle kleuren van de regenboog. Groot feest dus en later, wanneer we de stranden verkennen, vinden we ook nog een rog dat over de zandheuvels schiet.

Er is goed internet en ook op de boot ontvangen wij een zwak signaal, maar genoeg voor berichtjes en mailtjes te sturen. Laurens kan zelfs af en toe skypen en Frederiek facetimen, dan staat de wind voordelig en hebben we mazzel. We verkennen het eiland met wandelingen en plannen de volgende route naar de Tobago cays, want wederom op aanraden van Joe en Julliete is dit een must-see! We beseffen hoe weinig wij voor vertrek hebben onderzocht, maar tegelijkertijd ook hoe prettig is om overal voor open te staan en gaandeweg te leren.

De laatste avond kopen wij een kreeft maar liefst 2 kilo van een loka visser, echt een massaal dier en de kreeft sparteld met veel kracht tegen. De visser pakt hem vast alsof het niets is, maar wij moeten er nog aan wennen maar hebben het dier wel onder controle. De pan is net niet groot genoeg, dus het dier gaat er eerst met ze kop in om te sterven, wat best en bruut gebeuren is om van dichtbij te zien. Het duurt niet langer dan 20 seconden en in delen koken we de kreeft gaar. Het is heerlijk en ruim genoeg voor vier personen.

Joe en Julliete zijn aangevaren en wachten op een nieuw boeglicht. We spreken af elkaar bij de Cays weer te zien en wat te drinken, want we willen nu wel eens weten wat hun verhaal is.

Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.