2015-01-12 Mayreau – Kingstown

30. Hoofdstad van St. Vincent & the Grenadines
Tobago Cays – Mayreau – Kingstown
11-01-2015 tot 14-01-2014

We lichten het anker en pakken een goede wind van 20 knopen in de rug richting Mayreau. Het wordt een leuke en spannende tocht want we varen de Tobago Cays uit via de andere kant waar we tussen de riffen door navigeren. Met enkele koerswijzigingen zien wij aan beide zijden de golfen stukslaan op de riffen en met 5 meter onder de kiel komen we weer op open water. Het is een korte tocht, maar dit is wel heel kort. Na een uur varen verlaten we de ondiepe gebieden, ronden de zuidkaap van Mayreau en daar ligt ons ankergebied al.


Een prachtige ronde baai achter de berg van Mayreau met links een heuvelrug waar een stijle weg omhoog loopt met huizen aan weerszijde. We gaan voor anker en wie treffen we daar; yes, our American friends Osprey! Zij vonden de Tobago Cays met veel wind, weinig beschutting bieden en waren al vroeg die ochtend vertrokken. De Wildevaart ligt er dicht op een Brits schip en Paul controleert met de schipper of hij het een probleem vind. We geven wat extra ketting en zo is genoeg afstand. Hij moet wel raar hebben staan kijken dat we zwemmend naar hem toe komen om alleen even te vragen of alles Ok is.

We gaan met de dinghy aan land en lopen de heuvel op. Het is hier heel rustig en de zon brand. We vinden een prachtig tentje dat vanaf het terras uitzicht heeft over de baai, de zee en de open oceaan met in de verte meer eilanden. Hier ontmoeten we Anne en Maarten van de Ojala (uitspreken als Ogala). Iedereen werkt zijn/haar sociale contacten bij en daarna verkennen we het eiland. Hier is het echte Bob Marley sfeer en iedereen lijkt van het groene prullerige goedje te roken . Ze houden hier schildpadden als vee en later blijkt dat hier hier de normaalste zaak van de wereld is om schildpadden ook te eten.

In de avond komen Anne en Maarten op bezoek op de Wildevaart en kletsen we over onze avonturen en ervaringen van oa de oversteek. De volgende dag hebben we een rustdagje en doet iedereen wat voor zichzelf, Francien en Frederiek zien nog een wedstrijd met zelfgemaakte kleine zeilbootjes, leuke hobby! Dan is het alweer tijd om te gaan, want met Francien willen we ook graag de hoofdstad van St. Vincent bekijken. Het staat nog niet vast waar wij willen aanleggen, maar de opties Kingstown, Young Island en Blue Lagoon staan open.

De tocht is aan de wind en de Aries kan na maanden van rust weer aan de bak. Arie doet het geweldig en we varen tussen uitstekende rotsbergen door richting het Noorden. Het is een relatief lange tocht, met veel wind en een lekkere zon. In de namiddag slaat het weer over naar enkele buien met nog meer wind en regen, maar de boot vaart super en we zijn rond het donker al bij St. Vincent. De stroming is echter veel te sterk en we moeten via de kust motoren richting het Oosten. Hierdoor kiezen wij voor Kingstown en na 2 uur motorzeilen bereiken wij deze haven. Francien heeft zich uitstekend gehouden, want het was een flinke beuktocht tegen de golven in.


Het is hier een beetje raar, want er ligt helemaal geen enkel zeiljacht bij de ankerplek in Kingstown. Een stuk naar rechts (oost) is de commerciële vaart maar daar valt weinig te zien. Een catamaran komt uit het niets om de hoek en wil ook ankeren. Wij zijn allebij een beetje zoekende naar de juiste plek, want pas op 20 meter afstand van de kant is de diepte goed genoeg om te ankeren, maar als de boot dan draait lig je op de kant.
De grond is niet echt betrouwbaar en wij ankeren 3 keer voordat we het gevoel hebben dat de boot goed vastligt. Door de sterke stroming tussen Bequia en St. Vincent, is hier in de baai een rare stroming ontstaan. Het is niet sterk, maar als een boot voor anker ligt, ligt de punt altijd naar de wind toe. Nu draaien we af en toe rondjes om het anker, wat een gekke ervaring is, maar we laten het erbij. Ankeralarm aan en af en toe een extra controle. We liggen super goed beschut en geloven het wel.

De volgende ochtend draait alles nog steeds een beetje raar, maar afijn, we liggen vast. We willen aan de kant, maar omdat de catamaran alweer weg is en wij helemaal alleen zijn blijft er toch een onderbuikgevoel hangen. De kant is dichtbij en daar zijn allemaal shabby huisjes, meer bij elkaar gespijkerde hutjes van hout. Het strandje ziet er smerig uit en de sfeer straalt veel armoede uit. We besluiten naar het commerciële deel te varen in verband met diefstal. We kunnen alleen aanleggen aan de grote kade voor containerschepen, maar het lijkt wel mogelijk met alle grote tractorbanden als stootwillen. Toch geen ideale situatie met de swell en de getijden. Dan is daar Jonathan, een aardige kerel van een klein vrachtschip (50meter) dat vooraan ligt. Hij helpt ons met aanleggen en ondertussen kletsen wij over de mogelijkheden. Het is veilig, maar je bent toch voorzichtig.

Na overleg gaan wij in op het aanbod om aan het vrachtschip langszij te leggen. Zij liggen daar toch nog een week voor onderhoud en inspectie. Dan hebben wij geen problemen met het water dat zakt of stijgt. Dat betekend namelijk dat de boot onder de kade kan komen of dat de stootwillen niet meer op de goede plek zitten. Met de swell kan je dan heel veel schade maken. Met het grote schip tussen ons en de kade is dit probleem verholpen. Jonathan helpt ons met aanleggen en hoewel het geen ideale plek is, liggen we aardig stabiel.


We maken kennis met de vier eigenaren, allen broers van elkaar. Jonathan is de hulp van het schip en doet eigenlijk alles wat hem gevraagd wordt en in ruil daarvoor woont hij nu al 6 jaar op het schip. Dit uit volle overtuiging uit zichzelf en op een vriendelijke manier. Wij kunnen via een loopbrug naar kade en gaan nog diezelfde dag op onderzoek uit in deze stad.

Het is weer een totaal andere wereld en dit is bijna net zo arm als Cabo Verde, alleen is de drukte hier overweldigend. We moeten eerst door bewaakte hekken die de haven beveiligen. Ze vinden ons maar vreemd maar hebben wel vaker ‘zeilers’ gezien en laten ons door. Het hele terrein is afgesloten en dat geeft ons een heel veilig gevoel voor de Wildevaart. De stad bestaat uit 10 blokken met hele drukken straten. Overal worden spullen aan de zijkant van de weg verkocht en overal staat de muziek kei en keihard. Op straat wordt veel verkocht, van cd`s tot vele verse groente en (tweedehands?) kleding. Er zijn enkele supermarkten waarvan 1 luxe, met nette schappen en een uitgebreide koel afdeling. Tot onze verbazing zijn er 2 KFC`s in de stad te vinden.

Er rijden helemaal geen bussen, alleen kleine Toyota vans die zich her en der verzamelen. Voor 2 dollar kan je al naar het vliegveld en voor 6 dollar ben je aan de andere kant van het eiland. We willen graag naar de Black falls in het noorden en zoeken een busje dat die richting op gaat. Het een drukte van jewelste en voordat we het busplein oplopen is er al een jongen bij ons die ons zowaar meesleurt naar het goede busje. Hij wist al genoeg met het zeggen van de ‘falls’ en daar zit je dan. Busje worden helemaal volgepropt, nog veel voller dan in Barbados. De muziek staat keihard, iedereen zit half op elkaar en uiteindelijk scheuren wij met 26 personen (3 baby’s) over de kronkelende wegen naar het Noorden. Van stad en dorp naar de volgende plek, scheurend door de bochten langs de diepe afgronden.

We leren al snel dat het een sport is om de stoerste bak te hebben, met de mooiste velgen, breedste wielen voor extra grip en luidste muziek. Zo zijn er hele shabby busjes en hele mooie van ‘teams’ die het goed voor elkaar hebben. De teams bestaan uit de chauffeur en de ‘regelaar’ die het geld regelt en de mensen ronselt voor in de bus. Hij slaat de schuifdeur tientallen keren open en dicht voor mensen langs de weg of mensen die eruit willen. Dat is altijd weer een groot project, maar het lukt altijd. ‘Zeuren is hier geen optie’.
We worden gedropt na het tikken op het dak van de bus en moeten nog 10 minuten naar boven lopen om bij de watervallen aan te komen. We zien de waterstromen al op verschillende plekken richting de zee lopen en er zijn allemaal geitjes langs de weg die je makkelijk kan optillen, gezellig! We tiller er een paar terug naar de wei, omdat die over de goot zijn gesprongen en nu weg van hun mama zijn. Dat maakt niets uit, want ze doen het niet per ongeluk en springen zo weer terug. We vinden bomen met sinaasappels, bananen, papaya en nog meer lokale vruchten en eten er op los.



Bij het park klauteren we richting de watervallen. Eerst een stuk omhoog, dan een brug over van bamboe dat met staalkabels boven het hard stromende water is gehangen en door naar de eerste waterval. Het knalt naar beneden en we staan eronder en gillen van plezier. Wat een heerlijke douche, wat een heerlijk schoon water, dat is lang geleden, een zoete douche! Waneer we nog hoger gaan vinden we een nog grotere waterval met een soort plas waar je heerlijk in kan dobberen.

De watervallen zijn een groot succes en we luchen in het park vol met bloemen en exotische planten voordat we terug gaan. Het is een flinke wandeling, want de eerste busjes terug hebben een startpunt dat veel verder weg ligt dan onze start plek. We moeten erg lang wachten en eigenlijk moet je maar mazzel hebben of er wel iemand komt, want soms hebben ze geen zin meer om naar die plek te gaan. Er is geen systeem, er zijn geen tijden, er zijn alleen busjes met 2 stoere jongens en je mag blij zijn als ze er zijn. We wachten bijna een uur totdat er een busje komt, maar niet voor ons. Dan is er een busje dat naar Kingstown gaat en net op dat moment ontmoeten we 4 vrienden die we op de een of andere manier elke keer weer tegen komen sinds de Canarische eilanden, wij zeilend met onze eigen but, zij liftend met verschillende zeilboten.

We vallen half in slaap door de monotome BOEM BOEM muziek en slingeren weer ruim een uur richting Kingstown. Daar kopen we lekkere hamburgers en die avond maken wij er een laatste feestmaal van want Francien gaat morgen alweer richting huis… Na 3 geweldige weken pakt ze morgen het vliegtuig naar Barbados, daar door naar Londen en dan naar Amsterdam. Jonathan eet met ons mee en we leren zijn verhaal kennen.

De volgende dag heeft de boot het zwaar, want er is lichte schade aan de boegrand en de landvasten zijn aan het breken (1 hebben we al vervangen), het is tijd om te gaan! Eerst Francien wegbrengen, het is een heel klein vliegveld met 1 baan en een hele kleine terminal. We hebben een bijzonder afscheid, het was erg vanzelfsprekend dat ze 3 weken bij ons was en ze had graag nog langer gebleven, maar nu zijn we echt weer met zijn 3e. Dat is lang geleden, in Las Palmas waren we voor het laatst met zijn 3e!

Die dag doen we uitgebreid boodschappen voor de komende weken, want Curacao is straks ons plan en dit is onze laatste kans om groot proviand in te slaan. We nemen die avond wat biertjes en willen de dag erop vertrekken. Jonathan geven we wat geld waar hij dolgelukkig prepaid tegoed van haalt om zijn familie te bellen. Ook geven wij hem een zonnebril en hij is helemaal happy de pappy! Wij mogen van het dak springen en dat is nog een spannende sprong van zeker 8 meter. Dan is het tijd om te slapen en tijd om weer verder te gaan.

Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.