2015-06-11 Luperon (DR) – Great Inagua

38. 2000 cays & 700 Bahamian Islands await us
Luperon (DR) – Great Inagua (Bahamas)
2015-06-07 tot 2015-06-10

‘s Nachts zie je nog altijd de bliksem, hoog in de donkergrijze wolken, boven de eilanden. Het is een natuurlijk proces van verdampend water door een brandende zon en de hogen bergen waar de wolen zich verzamelen. Puerto Rico is nu niet meer te zien en van de bliksem in het oosten nemen wij ook afscheid.
De ‘Commonwealth of the bahamas’ is een archipel van plus minus 2000 cays en 700 eilanden, dat inclusief de koraalriffen die ontwikkelen tot atollen. Dit zijn kleine eilanden met een paar stranden en bomen, zonder mensen. De meeste eilanden zijn onbewoond en het moet een fantastische plek zijn om doorheen te cruisen.

Eerst willen wij uitklaren bij de Marine en dat voelt aan als een heel gedoe. De dag ervoor hebben Joe en Paul als alle papieren geregeld met immigratie (paspoorten stempelen), de douane (o.a. goederen en boot), de havenautoriteiten die nog eens geld wouden en tot slot het meest belachelijke, namelijk een controle door agricultuur. Een vrouw die wisselgeld haalden bij de supermarkt door daar een flesje drinken te kopen van onze $10-,. Je weet dat je genaaid wordt, maar je kan niet echt anders. Het officiële document geeft aan dat de boot is doorzocht op buitenlands fruit e.d. en dieren (mooi niet dus). We zijn er wel een keer klaar mee en besluiten voor onze officiële ‘ despachio’ c.q. clearance paper geen geld meer te betalen. Er zijn weer genoeg boodschappen, ook voor de grote tochten want het is hier wel heel goedkoop op de Dominicaanse Republiek.



We maken een afspraak voor 14:30 maar er komt niemand opdagen. Na een anderhalf uur gaan we op pad en blijkt dat er 0,0 plannen zijn om onze boten te controleren op ‘illegalen’. Na wat gezoek en navraag hebben we nu een afspraak dat Paul drie personen naar zowel Osprey en Wildevaart brengt voor de controle. Een heel gedoe maar uiteindelijk zitten ze daar dan. Totaal ongeïnteresseerd en er wordt weer niets gecontroleerd. Wat gegevens opschrijven voor de show, dan het formulier aanbieden, maar wel voor $20-,. “Sorry, maar het geld is op! Dat hebben u collega’s al geïnd van de douane en agricultuur”. Na wat gemopper en teleurstelling krijgen we toch ons formulier. Paul koopt ze nog om met een zonnebril om de sfeer te sussen. Bij Osprey hetzelfde verhaal! Wat een gedoe, wat een gezeik, maar dan kunnen we eindelijk gaan. We ontwijken de ondieptes dit keer en varen open zee op. Tijd voor de Bahamas.

Een goede start met gemiddeld 4 knopen, maar de dag erop varen we slechts 2.5 knopen. Het maakt ons weinig uit en besluiten niet te motoren om geld te besparen. Dan uit het niets is het raak! Een dikke Dorado vliegt achter de boot de lucht in we hebben een vis aan de haak. Een grote zien we, een hele grote! Zeker 5 kilo denken we. Met moeite halen we de vis binnen terwijl het vecht voor ze leven drukt Paul de Dorado met ze knie in een hoek en steekt een mes door zijn hoofd. Het is bruut, maar wij hebben wel heerlijke vis. Na het ontleden en fileren hebben wij een heerlijke lunch en later ook nog eens met het avondeten.



Die nacht is het pikkedonker, echt puur zwart. De hemel is vol met wolken, er is geen maanlicht, geen bliksem en je kan het water naast de boot niet zien. Best spannend en beangstigend om zo donker door de nacht te zeilen. Nog nooit eerder hebben we het zo meegemaakt. De nacht vliegt om en de volgende dag beginnen we aan de grote schoonmaak van de kuip. Een leuke klus, want we gooien emmers vol water de kuip in en na al het poetsen sluiten we de afsluiters en gooien de kuip vol. Terwijl de boot op een drafje van 3 knopen vooruit gaat, gaan wij in bad. Er is geen deining en ook al is er weinig wind, de wildevaart gaat lekker vooruit alsof we op het Gooimeer varen. We werken aan kleine klusjes en bereiden ons voor op aankomst. Het water is al mooi blauw en die nacht varen we op alleen de Genua om niet in het donker aan te komen, Osprey is er al 15 uur eerder aangekomen, maar Joe roept ons wel 5 uur ’s nachts op via de marifoon. Echt schatten, zo bezorgd en betrokken. Onze zeeouders als het waren en we leren enorm veel van ze.

In de schemering komen we aan en we besluiten na het ankeren wat te eten en meteen op pad te gaan. Slapen komt die avond wel weer en we verkennen het eiland en gaan inklaren. Het kost een enorme smak geld maar alles is geweldig netjes geregeld en zonder fraude en rare taalbarrières. Ze praten hier Engels, zijn buitengewoon vriendelijk en heel, maar dan echt heel relax qua energie. Alles op een laag pitje en het liefst met Bob Marley op de achtergrond. We krijgen een lift naar de bank en lopen terug naar de douana. Frederiek en Juliette hebben het papierwerk al ingevuld en we krijgen onze stempels, een zeil- en visvergunning en een verblijf van 1 jaar!



We scoren zonder problemen een nieuw lift. Zonder duim omhoog, de goede man stopte gewoon en gebaarde ons in te stappen. We krijgen en tour en ontdekken dat er hier slechts 20 huizen zijn, 1 supermarkt, een postkantoor, een bibliotheek en als toeristische trekpleister de zoutvelden en een vuurtoren. Een bijzonder leven hier en iedereen toetert en zwaait naar ons. Heerlijk, een keer onbezorgd op pad gaan. We bezoeken de vuurtoren en genieten van het uitzicht, wat is het hier mooi!
We liggen onrustig voor anker en er staat goede wind. Laten we gewoon gaan denken we, dus ’s avonds anker op met amper slaap en gewoon door. Als je moe bent dan slapen we prima tijdens het zeilen en die nachtbeuken we met gemiddeld 6 knopen naar het volgende plekje.



Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.