2015-07-23 Nassau – Horta (Azoren)

45. Transatlantic crossing part 2
Nassau (Bahama’s) – Horta (Azoren)
2015-06-26 tot 2015-07-23

Het is zover, we hijsen de zeilen die waarschijnlijk een maand omhoog zullen blijven staan, tot we in de Azoren zijn. We controleren de voorraden nog een keer, ruimen de dinghy op en maken de boot zeewaardig. Navigatieapparatuur en motor gaan aan, anker omhoog en zeilen worden gehesen, we zijn er klaar voor!

We verlaten Nassau via het westen om daarna 800 mijl naar het noordoosten, richting Bermuda, te koersen. Eerst varen we onder twee grote bruggen door die Nassau en Paradise Island verbinden. De grootse is 24 meter en met de 14 meter doorvaarthoogte van Wildevaart is dat geen probleem. We vragen via de marifoon toestemming aan Nassau Harbor Patrol of we Nassau mogen verlaten. Het is de meneer niet helemaal duidelijk waar de Azoren liggen, laat staat Horta dus zeggen we maar dat we naar Europa varen.



De brug is imponerend en het verkeer schiet erover van de ene naar de andere kant. Rechts zien we de grote hotels van Paradise Island en over bakboord zien we cruise shepen, het laatste stukje beschaving voor de komende 4 weken. Wanneer we de eilanden achter ons laten, komt Osprey langzaam op ons invaren en samen zeilen we met ruim 5 knopen richting het noorden. Osprey zeilt naar de Abaco van de Bahama`s en wij naar Bermuda. We hebben ons laatste contact via de radio en langzaam verdwijnen we uit elkaars zicht, dat nog tot diep in de nacht duurt met behulp van een sterk toplicht.

Het gaat lekker en we varen de eerste dag al 120 mijl weg, maar het weer is wel onvoorspelbaar. Overal om ons heen zit bliksem in de lucht en het ene na het andere front komt langs, maar nooit echt over ons heen. We zetten vaak een rif extra of minder en hebben moeite om te wennen aan de constante windveranderingen. Lokale stormen noemt Joe ze en er zijn er in dit gebied heel veel. De wind die vanuit Afrika met de passaat naar het Caribische gebied gaat buigt af naar Florida en dan met een knik draait ze zuidoost. We hebben de wind goed te pakken, maar de lokale stormen zuigen de wind tegen de klok in en dan is alles mogelijk. We moeten goed inslingeren en Frederiek heeft het zwaar, zowel fysiek als mentaal. We zijn er klaar voor, maar het voelt beladen om dit alles achter ons te laten en nu officieel naar huis te varen, met zijn twee.

Wanneer we na drie dagen de Bahamas ruimschoots achter ons laten pakken we steeds meer de Golfstroom op en daar is het ons om te doen. Het gaat voorspoedig met zeker een knoop stroming in de rug maken we minimaal 125 mijl per dag. Dat is prettig, want al die weersveranderingen zetten de boot soms goed stil en dan ben je blij als je 100 mijl per dag haalt. De bliksem blijft elke nacht aanwezig, de vijfde dag is de bliksem naast een flits, dit keer ook met een oorverdovende donder hoorbaar. We hebben uit voorzorg 3 riffen en een klein stuk Genua open, maar echt wind is er niet, sterker nog, het lijkt steeds minder te worden. We komen al snel niet meer vooruit.



Joe vertelde dat als bij dit soort bliksem en onweer, de wind compleet wegvalt, je twee minuten hebt om al je zeilen naar beneden te gooien en af te wachten. We krijgen drie minuten voor de hel losbreekt en terwijl je stom genoeg nog twijfelt; “Zou dit zo’n thunderstorm zijn, moeten we nu de zeilen meteen laten zakken”? Voel je dat er iets groots komt en zo snel we kunnen is de genua ingerold, vastgezet en het grootzeil stevig opgedoekt. Zonder mooie opbouw barst de regen los en komt het met bakken uit de lucht, zelfs zo dat het pijn doet in je gezicht en de wind bouwt op tot windkracht 10, binnen drie minuten, niet meer!

De boot helt opzij, want de mast en opbouw pakken de wind op en het giert om onze oren. We zitten binnen, maar dan gaat Paul toch naar het roer om de boot met de golven mee te laten rollen. De bliksem slaat nog geen paar meter naast de boot in en het geluid is overdonderend. We zitten er recht onder en hoewel we nuchter blijven denken en rustig blijven onder de situatie is het doodeng. De boot draait wat en Paul heeft moeite te blijven zitten. De regen voelt als hagel en je ziet geen hand voor ogen. Als je je mond open doet kan je drinken alsof je een glas water drinkt. De boot schiet over een golf en nu hellen we de andere kant op, dit is niet te doen en we starten de motor. We hebben dit nog nooit meegemaakt en proberen met de motor de golven in de rug te houden. Het werkt, maar het kost veel energie en het oliealarm van de motor gaat af. Dit kan niet goed zijn, we gaan teveel heen en weer.

Paul zet het roer vast zodat die geen schade kan maken en gaat naar binnen. We geven de boot over aan de storm en wachten af. Dat is wat Joe zei en het voelt goed, want de golven zijn hoog, maar nog niet zo wild dat we ons zorgen maken. We danken de boot dat ze zo zwaar is en dat het een S-spant is. Het duurt langer dan de 20 minuten die een gemiddelde thunderstorm volgens Joe zou duren, het duurt zelfs 3 uur en we laten de boot 4 uur voor wat het is. We gaan niet bijliggen, hoewel dat kan werken hebben we daarvoor te weinig ervaring en willen we de zeilen sparen, zo gaat het prima. Binnen kijken we elkaar aan en weten door de spanning heen te lachen, wat een avontuur en verwonderen ons over dit natuurgeweld! Wanneer de bliksem elke paar minuten in de omgeving inslaat, wordt de hele zee verlicht. Dan zie je de witte koppen waarvan het schuim wordt weg geblazen terwijl de stortregen het wateroppervlak ook een bijzondere witte waas geeft. Als er geen bliksem is zie je geen hand voor ogen met de regen en hoor je alleen het huilen van de wind langs de stagen.



Zo, dat hebben we ook weer gehad en in de ochtend varen we weer netjes ruime wind en is het wolkendek een stuk rustiger. De nachten die volgen geven heldere hemels zonder bliksem, we zijn erdoorheen! Wanneer we na zeven dagen binnen het bereik van Bermuda radio zijn pikken we een weerbericht op en horen we dat er voor de komende twee weken geen orkanen komen. Dat betekend dat we officieel bijna uit het orkaangebied zijn en hier geen problemen zullen krijgen. Hoewel veel boeken en ook veel mede zeilers mei en juni aanraden voor de Trans-Atlantische oversteek naar de Azoren, is juli veilig genoeg om te gaan. De kans op een orkaan en meer onstuimig weer is pas in augustus en oktober. We pakken nu waarschijnlijk meer wind dan in mei of juni en dat is goed voor de Wildevaart. Een frontje zijn we nu wel gewend.

‘s Nachts zien we de lichten opdoemen van het eiland Bermuda en twee juli varen we onder het eiland door, richting het westen. Het is verleidelijk om binnen te varen, maar we willen doorvaren en vinden het voor die drie dagen wat te duur om in te klaren en proviand schijnt ook duur te zijn, daarnaast zitten we goed in ons ritme. Uiterlijk midden augustus moeten we de oversteek naar Engeland maken vanaf de Azoren, willen we de herfststormen voor zijn, dus we hebben wederom een beetje haast.



We snijden af door onder Bermuda door te gaan, want hier gaat de wind draaien vanuit het zuiden en dan wordt het zuidwest. We kunnen bovenlangs geen goede koers houden en we winnen er zeker 50 mijl mee als we afsnijden. Het nadeel is alleen dat de golfstroom vanuit Florida boven Bermuda langs gaat, in plaats van onderlangs. Hierna draait de golfstroom naar het westen, helemaal tot de Azoren. Deze North Atlantic Current is al gauw een dikke knoop in de rug, die je niet graag wilt missen. Onderlangs Bermuda zijn veel verschillende stroomrichtingen en onze gegarandeerde 5 knopen zakt naar 4 mijl per uur, we zijn bang dat we de verkeerde keuze hebben gemaakt en proberen hierna zoveel mogelijk noord te varen om de stroming later weer op te pakken.

Bermuda radio neemt haar taak heel serieus, wanneer we dichterbij land komen worden we zeker 24 uur lang opgeroepen. We kunnen niet reageren omdat onze antenne slecht zend, we zijn nog te ver weg! Het ongeduld van de meneer door de marifoon is te horen wanneer hij zijn bericht verduidelijkt met: “Inbound Dutch sailing vessel Wildevaart, going east, south of Bermuda entrance, do you copy”? Dan, in de ochtend lukt het eindelijk om contact te maken en we excuseren ons voor de slechte zendkwaliteit van onze antenne. Hij wilt veel van ons weten, waaronder onze bestemming en vraagt ook of we een reddingsvlot en E-pirb (noodbaken) hebben en met hoeveel mensen we aan boord zijn. Dan is alles in orde en met een verbazing in zijn stem wenst hij ons een fijne tocht en misschien tot de volgende keer, wanneer we wel voet aan wal zetten?



We willen zo snel mogelijk naar minimaal 35 graden noord varen en dan 38/39 graden noord aanhouden om de stroming in de rug te houden. Tien dagen stroming is 240 mijl extra en dus 2 dagen minder varen! Achteraf hadden we duidelijk boven Bermuda langs moeten gaan. Paul verwerkt alle stromingen van juli in de kaart van de overtocht om sneller te zien waar we nu precies zitten ten opzichte van de stroming. Veel te laag! We zitten op een hoogte waar de stroming met een bocht naar het zuiden gaat en de zee is rampzalig. De stroming en de wind van achter op een zijwaartse stroom creëert gigantische rollers. Voor 5 dagen vechten we tegen de stroming en de wind in de rug zorgt altijd voor een hobbelige en onrustige koers. De wind valt ook veel weg door nieuwe fronten en de stuurautomaat is niet nauwkeurig genoeg onder deze omstandigheden, waardoor het lijkt alsof we aan het zwalken zijn.

Zo sturen we veel met de hand en dat helpt, maar we maken slechts 75 mijl per dag en kruipen maar langzaam naar het noorden. We beginnen oververmoeid te raken door slaapgebrek vanwege het constant opletten en de onrustige boot en zee. We ervaren dat dit de zwaarste tocht tot nu toe is. We missen Laurens duidelijk en wanneer op de vijfde nacht Paul de hele nacht stuurt, Frederiek al drie dagen geen oog heeft dicht gedaan is de emmer een beetje vol. Met een groot front dat nadert bereiden we ons wederom voor met stormzeilen maar eenmaal aangekomen zit er alleen de eerste 5 minuten wind in en dan slechts regen, veel regen. We starten de motor, doen de zeilen omlaag en proberen allebei te slapen.



Na regen komt zonneschijn zegt men. Dat viel mee maar rust komt er wel en dat voor zeker twee dagen. We hebben de stroming een beetje mee maar er is geen wind en zelfs het zuchtje wind dat er is komt uit het noorden, precies de kant die we opwillen! En nu het eenmaal zo is dat een boot niet tegen de wind in kan varen, besluiten we overmoedig te gaan opkruisen. Met nog dik 1700 mijl op de teller leren we dit onszelf na een halve dag af en motoren we zeker 3 sessies van totaal meer dan 48 uur. Het zeilen met de wind die er is kan alleen maar worden beschreven als waardeloos. Gelukkig slapen we beiden goed bij tijdens het motoren en is het moraal weer sterk.

De motor stellen we af op minimale toeren, de zee is zo rustig dat het wel een woestijn lijkt die in beweging en de boot vaart drie knopen. We verbranden nu maar 1.2 liter diesel per uur! Ons record, het dieptepunt was die dag met opkruizen en uiteindelijk motoren maar 40 mijl. Aan alles komt een eind en daar vliegen we weer. Constante wind in de rug, 15 knopen en we gaan ontspannen 4 tot 5 knopen vooruit. We vullen de diesel aan, ruimen op en Frederiek krijgt de volgende dagen een opruimwoede waar je U tegen zegt. Alle kasten en voorraden gaan overhoop! Het is nodig want we hebben beestjes en die moeten weg! Geen kakkerlakken, maar kleine zwarte beestjes. Zo verliezen we wat producten die in karton zijn verpakt. Zonde! Verder vermaken we ons met het schrijven van verhalen, lezen boeken, proberen bijna elke dag te vissen (zonder succes) en kijken tevreden naar de vooruitgang op de kaart. We verbazen ons over de hoeveelheid Portugese oorlogsschepen die langs drijven. Het zijn soort kwallen, die bestaan uit honderden poliepen. Eerst snappen we niet zo goed wat het zijn, ze kunnen hun lichaampje zo opblazen dat ze als het ware een zeil vormen en kunnen zelfs kruizen op de wind. Hiernaast hebben ze tentakels waarmee ze vis vangen en alsof dat nog niet genoeg is hebben ze ook nog zo`n geweldige naam. Deze naam is afkomstig van ontdekkingsreizigers uit de 16e eeuw, toen Portugal op zee machtiger was dan Engeland en Spanje en de Portugese oorlogsschepen iedereen angstig maakte. Ze komen voornamelijk in warmere zeeën voor, we zijn verbaast dat we ze nu pas voor het eerst zien!



Dan komt er meer wind met zeker 25 knopen, we zetten 3 rifjes en met een halve Genua schieten we alsnog 6 tot 7 knopen vooruit. De stroming is mee en we tikken soms zelfs de 8 knopen aan, we vliegen vooruit! Frederiek begint een project met “spruiten” waarbij we na 3 dagen van dagelijks verzorgen echt verse groene takjes uit een erwt op toast tonijn of in soep hebben. Ondertussen verbreken we ons dagrecord van 135 mijl binnen 24 uur en een dag later tikken we zelfs de 150 mijl aan! Ondanks dat de snelheid fijn is, is het ook vermoeiend en zijn de nachten spannend met zoveel wind. De maan is de afgelopen dagen geleidelijk compleet verdwenen en hierdoor zien we nu echt geen hand voor ogen. Je ziet alleen het fluoriderende water langs en achter de boot, met de prachtige sterrenhemel boven ons. Paul heeft een handige sterrenapplicatie op zijn Ipad, waar we ons uren mee kunnen vermaken en leren veel over de sterrenstelsels.



We komen in moeilijk weer terecht met veel lokale stormen maar redden ons goed. Op het hoogtepunt van deze stormen varen we alleen met ons mini kotterfokje en zelfs daarmee varen we nog 4 knopen! We zien het wolkendek op ons af komen, zelfs nu het midden in de nachts is en het begint heel hard te regenen. Naast de regen brengen deze wolken ook een onbekende koude lucht met zich mee. Dat hebben we nog nooit zo ervaren, we kijken onze ogen uit met het wolkendek dat ons langzaam maar zeker passeert. De zeilpakken zijn voor het eerst in een jaar weer bij de hand en dan slaat hetgeen toe waar we al langer bang voor waren. Ondanks dat we veel met de hand sturen kan dit niet continue en Sjaak, onze stuurautomaat doet de rest, alsnog voor zo`n 90/95% van de tijd. In de eerste week is onze nieuwe stuurautomaat al kapot gegaan, die we uit Nederland hadden meegenomen. Waarschijnlijk is het interne kompas kapot, dus konden we geen koers meer houden. Gelukkig had Laurens een back-up gefabriceerd met de arm van een hele oude stuurautomaat en de elektronica van Sjaak de 1e, oftewel Sjaak 1 versie 2.0 en die doet het super goed de afgelopen 2 weken. Nu is ook die kapot en dat geeft stress, want met nog 700 mijl te gaan weet je dat het zwaar gaat worden. Continue roeren, dat zou een ramp zijn en de sfeer keldert enorm! Onze windvaan Arie kan deze koers niet aan, ondanks dat we het wel blijven proberen.

Gelukkig weet Paul na heel veel puzzelwerk de arm te maken. Een miniveertje die de koolborstel tegen de motorarm drukt was los gesprongen. Dat miniveertje zorgt ervoor dat een boot van 13 ton op koers blijft, fascinerend! Vier dagen later gaat deze arm dan toch ook helemaal kapot door slijtage, maar gelukkig had Paul na het defect vorige keer een nieuwe back-up gemaakt. Zo knutselen we wat bij elkaar. We merken dat de boot regelmatig aandacht nodig heeft, want dit zwaar weer zeilen gaat ook de boot niet in de koude kleren zitten. Gelukkig weten we met alles raad en hebben de nodige spullen bij ons.



Het weer blijft ons verrassen met frontjes en wanneer er weer veel wind is voorspelt, met nog een week te gaan horen we een harde knal. We weten niet wat het is maar later, nog voordat de zon ondergaat en de wind aan het toenemen is zien we het. De stag aan bakboord, die naar de tweede zaling loopt is gebroken! We brengen het grootzeil omlaag en beginnen een lange, pittige klus die gelukkig voorspoedig verloopt, ondanks het flink slingeren in de mast. Alle stagen worden gecontroleerd en de gebroken stag laat Paul vanuit de mast in het water vallen om zo geen schade aan boord te maken. Aan boord getrokken zien we dat er nog maar 3 draadjes vastzitten! Voor dit scenario hebben wij een dikke Dynema lijn mee als reserve stag, die kan zeker 5000kg hebben. We leggen een dubbele lijn met katrollen en eenmaal op spanning gebruiken we de stagspanners voor extra spanning. Nog net voor de donkere nacht zijn intrede doet zijn we klaar. Het werkt super en hiermee komen we makkelijk in Nederland. Vanaf die nacht staat er een harde wind die voor zeker drie dagen aanhoudt. Het had zo moeten zijn, dat we onder deze gunstige omstandigheden de stag konden vervangen.



Nog 200 mijl te gaan, de golven zijn rustig, de wind stabiel en we varen met 3.5 knoop naar Horta op het eiland Faial. We hebben diverse grote groepen dolfijnen voor de boeg. Ook hebben we drie inktvissen op het dek gehad, waarvan eentje het raam bij de kaartentafel zwart had gemaakt met zijn inkt. We zagen een octopus drijven zonder hooft, kortom meneer Walvis, waar bent gij? Ze jagen op octopussen tot soms wel 3000 meter diepte dus de kans op het zien van deze indrukwekkende beesten moet nu toch wel groter worden! We hebben contact met een container schip, één van de weinige. Verder zijn we één zeilboot van 43 meter tegen gekomen die ons met 10 knopen passeerde.

Aan boord voelen we dat de laatste mijlen gemaakt worden. We hebben nog 1 ui en leven van blikvoer, noodles en pannenkoeken. Wanneer we 35 mijl verwijderd zijn van Horta zijn we in een opruimwoede. We proberen de boot zo schoon mogelijk te maken om meer tijd aan land te kunnen besteden. We werken de hele dag door van de ene naar de andere klus, mede doordat de motor draait vanwege een windstilte. Na het avondeten komt er toch een briesje en rollen we de geua uit die ons met 3 knopen vooruit brengt. Dit gaat goed tot 1 uur ‘s nachts, wanneer we in een rollercoaster van stromingen komen die tegen elkaar aan botsen en gaan we nog maar 1 knoop vooruit. We starten de motor en varen zo de laatste 3 uur naar Horta, dat er sprookjesachtig bij ligt zo midden in de nacht met alle lichtjes aan land. We arriveren 5 uur in de nacht en leggen Wildevaart aan een ferrocementen tweemaster. Een heerlijk idee voor de Wildevaart dat ze naast een ferrocemente zusje ligt, gezellig! We slapen als een roos voor 3 uur en doen dan voet aan wal om in te klaren. Dit verloopt zo voorspoedig en snel, dat we na een kleine 10 minuten buiten staan in plaats van de gebruikelijke anderhalf uur in het Cariben.



Vanavond komt Bas vanuit Lissabon overvliegen en zal met ons mee terug varen naar Nederland via de Scilly Islands. Nu eerst tijd om onze benen te strekken, was weg te brengen en te douchen. We kunnen nog niet beseffen dat we er echt zijn, wat een mijlpaal! We zijn er stil van, al die geluiden, indrukken en mensen om ons heen na vier weken alleen zee en elkaar. We beseffen meer dan ooit dat we nu zonder Laurens naar huis aan het varen zijn, terug in Europa!

Dit bericht is geplaatst in Wereldreis 2014-2016. Bookmark de permalink.